In aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen volgde er dagelijks een column van deze lokaal politiek betrokken inwoner. Nu verdiept hij zich in het formatieproces, de vorming van de lokale regering, met ook deze keer weer een waarschuwing vooraf: Dit is een mening. Geen compromis, geen coalitieakkoord en al helemaal geen consensus.
Door Jaap Budding
Richting met Ruimte… maar vooral richting PGB

Coalitieakkoorden zijn een beetje zoals de beschrijving bij een tweedehands auto op Marktplaats. “Loopt nog prima”, “hier en daar een gebruikersspoor” en “altijd netjes onderhouden”. Tot je beter kijkt en ontdekt wie er eigenlijk al die tijd achter het stuur zat.
Dat gevoel krijg je ook bij het nieuwe Oisterwijkse coalitieakkoord Richting met Ruimte. Officieel een gezamenlijke productie van PGB, VVD en D66. Maar wie het document leest, hoort op de achtergrond vooral het geluid van een PGB-fractieoverleg met af en toe een VVD-rekenmachine en ergens in de hoek een D66’er die vraagt of er nog een voedselbosje bij kan.
En eerlijk is eerlijk: het akkoord leest verrassend soepel. Geen onleesbare stapel beleidsjargon waarbij je na twintig pagina’s nog steeds niet weet of er nu een rotonde, zwembad of geitenpad komt. Nee, dit akkoord verraadt vrij snel hoe de verhoudingen werkelijk liggen.
Na vergelijking van de verkiezingsprogramma’s met het uiteindelijke akkoord ontstaat namelijk een tamelijk helder beeld. PGB kreeg inhoudelijk het meeste terug van haar eigen wensenlijst. VVD kreeg de sleutel van de machinekamer. En D66 kreeg ongeveer de rol van sfeerverlichting: zichtbaar aanwezig, maar niet degene die bepaalt waar het meubel komt te staan.
PGB schreef vooral zichzelf terug
Wie door het akkoord bladert, struikelt bijna over typische PGB-thema’s. Leefbaarheid van dorpen. Sociale samenhang. Participatie. Verenigingen. Wijkgericht werken. Preventie. Den Domp. Den Boogaard als huiskamer. Het document ademt voortdurend de sfeer van een dorpshuisvergadering waar iemand net een schaal kaasblokjes heeft neergezet.
De rode draad is overal hetzelfde: de gemeente moet dichtbij inwoners blijven en vooral niet veranderen in een afstandelijke bestuurspost met Haagse trekjes. Dat is precies de natuurlijke habitat van PGB.
Sterker nog: sommige passages lijken rechtstreeks uit het verkiezingsprogramma te zijn overgenomen. Alleen zijn de scherpe verkiezingshoekjes er hier en daar bestuurlijk gladgestreken, alsof iemand er vooraf nog even met fijn schuurpapier overheen is gegaan.
Dat betekent niet dat PGB alles binnenhaalde. Op woningbouw in het buitengebied moest water bij de wijn. En permanent wonen op recreatieparken is ook niet bepaald klassieke “houd het dorp zoals het was”-romantiek.
Maar als je zonder partijnamen had moeten raden wie de hoofdauteur van dit akkoord was, dan had je waarschijnlijk al na drie pagina’s “PGB” ingevuld. Met pen, stift én markeerstift.
VVD kreeg de knoppen
De VVD kreeg ondertussen iets waar liberalen meestal dol op zijn: knoppen waar daadwerkelijk aan gedraaid kan worden.
Woningbouw. Grondbeleid. Veiligheid. Bereikbaarheid. Economie. Cameratoezicht. Bedrijventerreinen. Geen abstracte vergezichten, maar projecten waar straks vergunningen, procedures en boze insprekers uit voortkomen.
Dat zie je ook terug in de zogenaamde “kompasprojecten”. De Beneluxstraat, verkeersplannen, woningbouwlocaties, De Lind, een openluchtzwemvoorziening. Kortom: plekken waar uiteindelijk beton, geld en politieke hoofdpijn samenkomen.
De VVD mocht de machinekamer beheren. Alleen moest daar ideologisch wel wat voor worden ingeleverd.
De stevige taal uit het verkiezingsprogramma over asielopvang is onderweg naar het coalitieakkoord namelijk opgelost in bestuurlijke havermelk. Geen spierballentaal meer. Geen harde grenzen. Ineens gaat het over “zorgvuldige bijdragen”, “balans” en “menswaardige opvang”. Woorden waarbij je spontaan verwacht dat er ergens kruidenthee wordt geschonken.
Ook op mobiliteit moest de VVD slikken. De auto blijft welkom, maar minder ruimte voor auto’s is ineens “bespreekbaar”. De Lind moet groener. Verblijfskwaliteit wordt belangrijker. Dat zijn niet direct zinnen die geboren worden tijdens een VVD-borrel naast een schaal bitterballen.
Kortom: de VVD bestuurt stevig mee, maar niet volledig op eigen ideologische voorwaarden.
D66 mocht de planten uitzoeken
En dan D66.
Zonder D66 was er waarschijnlijk simpelweg geen meerderheid geweest. En precies zo leest het akkoord ook.
Natuurlijk zie je bekende D66-woorden terug. Klimaatadaptatie. Biodiversiteit. Inclusieve openbare ruimte. Water en bodem sturend. Participatie. Transparantie. Digitale autonomie. Het soort termen waarbij je automatisch denkt aan een beleidsmedewerker met een herbruikbare koffiebeker.
Maar wie zoekt naar echte D66-overwinningen moet behoorlijk turen.
Geen radicale vergroening van mobiliteit. Geen stevige klimaatambities. Geen revolutionaire bestuursvernieuwing. Veel ideeën zijn teruggebracht tot keurige consensuszinnen waar niemand echt ruzie over krijgt.
Groen is belangrijk, maar vooral zolang het bestuurlijk gezellig blijft.
D66 kreeg daardoor vooral invloed op de toon van het akkoord, niet op de ruggengraat ervan. Of simpeler gezegd: D66 mocht de planten uitzoeken voor de woonkamer, maar PGB en VVD bepaalden waar het huis werd gebouwd.
Oppositie: zegt u het maar… maar niet te lang
Opvallend is ook hoe de oppositie werd behandeld tijdens de formatie. Die mocht punten aandragen, maar graag beperkt houden tot twee of drie onderwerpen. Een beetje alsof je in een restaurant mag meepraten over de patat, zolang je alleen iets zegt over de mayonaise.
Toch zijn meerdere oppositiepunten uiteindelijk terug te vinden in het akkoord.
PRO zag sociaal-maatschappelijke thema’s terugkomen zoals toegankelijkere regelingen en minder bureaucratie. CDA vond delen van de woningbouwagenda terug. Zelfs Forum voor Democratie kreeg nog wat kruimels mee in de vorm van zelfredzaamheid en participatie, terwijl de rest van hun wensenpakket met ferme zwaai richting politieke papiercontainer verdween.
Opvallend genoeg is de bijlage over die oppositie-inbreng nog redelijk eerlijk ook. Er staat regelmatig gewoon: “niet overgenomen”. In politieke documenten voelt dat bijna revolutionair transparant.
De onverwachte logees
En dan zijn er nog de onderwerpen die ineens opduiken alsof ze per ongeluk het verkeerde feestje zijn binnengelopen.
Digitale autonomie. Big Tech. Cyberdreigingen. Common Ground. Nederlandse digitaliseringsstrategieën. Het akkoord leest op sommige momenten alsof een gemeentelijke beleidsafdeling samen met een ICT-beurs en de veiligheidsregio een brainstormweekend heeft gehad.
Dat komt vrij duidelijk uit de VVD-hoek. Tijdens de campagne trok de partij tenslotte al met robots door het centrum alsof Elon Musk tijdelijk campagneleider van Oisterwijk was geworden.
Daarnaast duiken ineens voedselbossen en gratis cultuurprogramma’s voor jongeren op. Niet per se slechte ideeën, maar wel een beetje de politieke equivalent van die buurman die onaangekondigd op de barbecue verschijnt en direct mee begint te scheppen uit de satésaus.
De echte conclusie
Onder de streep is Richting met Ruimte geen revolutionair akkoord. Het is vooral een slim bestuurlijk compromis.
PGB leverde de inhoudelijke koers en de bestuurlijke sfeer. VVD kreeg de uitvoeringsdossiers en de praktische macht. D66 zorgde voor de benodigde extra zetels én voor een groen sausje over de scherpe randjes.
De oppositie mocht meedenken, maar wel binnen duidelijk afgebakende lijnen.
En zo kreeg Oisterwijk precies het soort akkoord dat ontstaat wanneer partijen vooral rust willen uitstralen: weinig ideologische explosies, veel bestuurlijke voorzichtigheid en hier en daar een voedselbos om het allemaal vriendelijk te laten ogen.
Richting met ruimte dus. Al lijkt die ruimte voorlopig vooral gereserveerd voor PGB.
Disclaimer: dit is een mening. Geen compromis, geen coalitieakkoord en al helemaal geen consensus.
Lees hier meer over de verkiezingen, college- en coalitievorming








