Column: Coalitiecircus Oisterwijk is iedereen mag meepraten, zolang de uitkomst al vaststaat


Jaap Budding ging voor de verkiezingen als ‘zwevende kiezer’ op zoek, en verdiept zich nu in het formatieproces…

In aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen volgde er dagelijks een column van deze lokaal politiek betrokken inwoner. Nu verdiept hij zich in het formatieproces, de vorming van de lokale regering, met ook hier een waarschuwing vooraf: Dit artikel bevat een mening. U mag daar gerust iets van vinden. Dat doet Jaap tenslotte ook.

Door Jaap Budding

In Oisterwijk hebben ze de coalitievorming opnieuw uitgevonden. Tenminste, dat lijkt zo. In werkelijkheid is het vooral oude wijn in een nieuwe, gemeentelijke karaf.
Na de verkiezingen bracht informateur Ed Mathijssen keurig advies uit: een coalitie van PGB, VVD en D66 moest het worden. Logisch vervolg zou zijn dat PGB-leider Dion Dankers als grootste partij de formatie zou leiden. Maar nee hoor, Oisterwijk doet aan verrassingen. Dankers bleef op de reservebank en informateur Mathijssen promoveerde zichzelf ongeveer tot formateur. Een politieke stoelendans waarbij vooral de muziek ontbreekt.

De beoogde coalitie beschikt straks over maar liefst 12 van de 23 zetels. Dat is bestuurlijk ongeveer hetzelfde als een campingstoel met één schroef los: het blijft staan, totdat iemand niest. Eén raadslid ziek, zwak of op vakantie naar de Costa del Sol, en het hele kaartenhuis begint te schuiven.

De nieuwe formateur bedacht vervolgens iets wat vernieuwend moest klinken: alle partijen mochten hun speerpunten aandragen, zodat die “meegewogen” konden worden. Onder het inspirerende motto: “Een goed idee is een goed idee.” Dat klinkt prachtig. Bijna ontroerend zelfs.
Die ideeën zouden dan als bijlage bij het coalitieakkoord komen, waarbij “WE” zouden uitleggen wat “WIJ” ermee gedaan hadden. Wie dat mysterieuze WE/WIJ precies is, bleef wat vaag. Maar ik vermoed dat het neerkomt op: de nieuwe coalitie bepaalt zelf wat in de prullenbak gaat en noemt dat vervolgens participatie.

Kort samengevat: u mag inspreken, zolang u niet verwacht dat er wat mee gedaan wordt.

Opvallend was dat ook de toekomstige coalitiepartijen zelf hun grote speerpunten mochten presenteren. PGB kwam met fietsverbindingen en leefbaarheid. VVD wilde integraal ouderenbeleid en datagedreven werken, altijd prettig, zolang de data niet ontdekken dat er al jaren niks gebeurt. D66 vond dat het nu eens afgelopen moest zijn met bouwplannetjes en dat er eindelijk stenen gestapeld moesten worden. Een revolutionair inzicht bij een woningcrisis: bouwen helpt.

Daarnaast mompelde D66 nog iets over extra natuurtoetsen bovenop bestaande regels, wat na enig doorvragen neerkwam op “meer biodiversiteit”. Ook belangrijk, natuurlijk. Maar als jonge starters nog tot hun pensioen op zolder wonen, zijn er misschien eerst wat urgenter problemen.

CDA en PRO speelden het spel nog serieus mee met voorstellen over woningbouw, het buitengebied, sociale huur en tevreden inwoners en altijd fijn, tevreden inwoners, al is dat meestal geen beleidsplan maar een wonder.

Forum voor Democratie hield het bij referenda, directe democratie en echte participatie. Ook een klassieker: als je niet mee mag doen, roep je dat iedereen meer mag meepraten.

WIJ! Oisterwijk trapte nog het hardst op de rem. Zij noemden deze hele avond gewoon wat het was: fake. Geen gelijkwaardige samenwerking, geen open coalitievorming, gewoon een dichtgetimmerd proces met applaus op commando. Hun voorstel: open sollicitaties voor wethouders. Een gevaarlijk idee natuurlijk. Straks krijgen we nog bestuurders die echt gekozen worden.

Het werd nog even ongemakkelijk toen PRO en WIJ! de formateur verweten dat hij kritiek op de oude wethouders had weggelaten uit zijn informatieronde. Volgens hen was die kritiek er wel degelijk geweest. De formateur pareerde dat soepel door simpelweg te zeggen dat dit niet paste binnen het doel van de avond.

Vrij vertaald: daar hebben we het nu liever niet over.

En daar viel eigenlijk het doek.
Want wat was nu precies het doel van deze avond? Meerdere partijen, waaronder ook AB, concludeerden wat iedereen in de zaal waarschijnlijk al dacht: dit was vooral voor de bühne. Een politiek toneelstuk waarin iedereen even een rol mocht spelen, maar het script al lang geschreven was.

Mijn inschatting? Dit was geen open bestuurscultuur, maar een nette uitvoering van ouderwetse machtspolitiek met modern taalgebruik. Iedereen mocht meepraten, zolang niemand dacht dat dat ook invloed betekende.

Of zoals ze dat in bestuurlijk jargon noemen: verbindend leiderschap.




Deel dit bericht:

Gerelateerd - Meer >>