
Water
Als ik genoeg heb van het land.
Gooi ik mijn anker in het zand.
Verankert door mijn ankerkoord
neem ik mezelf aan boord.
Drijvend in zee.
Een zeemeeuw op mijn borst lift mee.
Goed drijfvermogen.
Zachtjes sluiten nu mijn ogen.
Heerlijk op mijn rug
denk ik jaren terug.
Dromend van de Biesbosch
Ontstaan zo lang gelee.
Ook daar dat zachte water.
Ruikt anders dan de zee.
Streelt, lonkt ook daar.
Anker overbodig.
Er is geen wijds gevaar.
Komend in het riet misschien
is te overzien.
Er zwemt een bever mee.
Als de meeuw op zee.
Rivier neemt mij nu bij de hand.
Meandert langs de wallenkant.
Trekt mij door stuwend water
in geur van vis, gesnater.
Nu trekt er iets mij wakker.
Het is mijn ankerkoord.
Ik trek mij aan mijn anker voort.
Nu is later.
Water schoon.
Oneindig helder waterveld.
De wereld heeft zich goed hersteld.
Tineke Holm









