
De gans
Dicht langs de waterkant
sprak ik laatst oog in oog
een grote witte gans.
Het werd een heus betoog.
Hij smiespelde en suisde
terwijl hij voor mij boog.
Zijn hemelsblauwe ogen spraken
klare taal.
Hij lispelde en blies een
waar gebeurd verhaal.
Sprak over zijn liefste daar
achter in het riet.
En over nog een andere gans
die hij voor haar verliet.
Ik kon hem goed bekijken.
Begrijpen bovendien.
Niets menselijks is hem vreemd.
Dat kon je zo wel zien.
Een elegant bewegen van
hagelwitte nek.
Oranjerood glansglazuur
zijn snaterende bek.
Hij wilde weer verdwijnen
maar ik zei blijf nog, blijf.
Het was zoiets bijzonders zo’n
dichtbij ganzenlijf.
We namen toch maar afscheid,
een afscheid zonder pijn.
Hij wilde nu weer snel bij zijn geliefde zijn.
Tineke Holm
Tineke Holm,
Stadsdichter Oisterwijk









