Care Inn

Column Roland Smulders: Op zoek naar alternatieven


Columnist Roland Smulders neemt u mee, een kijkje in zijn Oisterwijk:

Schrijver en columnist Roland Smulders (Foto: Iris de Groot)

 

Mijn woonplaats Oisterwijk wordt de laatste tijd beheerst door de vraag: ‘Waar blijven we ermee?’ Of misschien lijkt het alleen zo. Dat kan natuurlijk ook. Er spelen ook andere vragen, maar die raken ondergesneeuwd in de publiciteit. Of het komt door de sceptische bril waarmee ik mijn omgeving bekijk. Dat zou ook een verklaring kunnen zijn. Voor mijn columns ga ik toch vooral op zoek naar dingen die niet zo goed gaan. Dat er ook heel veel wel goed gaat, raakt dan snel buiten beeld. Het zijn mijn columns, dat weer wel. Als ik op een bepaalde manier wil kijken, dan is dat mijn zaak. Het brengt mij terug bij de vraag waarmee ik begon. Waar blijven we ermee?

Oisterwijk heeft te maken met verschillende groepen die ergens moeten blijven. Er zijn ouderen die kleiner willen gaan wonen, zodat ze het veel te grote onderkomen kunnen toevoegen aan de krappe woningvoorraad. Vluchtelingen van allerlei pluimage moet het gemeentebestuur op een menswaardige manier ergens onder zien te brengen. En dan zijn er ook nog al die jonge Oisterwijkers waar datzelfde gemeentebestuur zich het hoofd moet breken. Niet in de zin van een dak boven het hoofd, maar wel in de zin van een plek waar die jonge Oisterwijkers gezellig onder elkaar jong kunnen zijn.

Nou, dacht het gemeentebestuur, er stond nog een stukje wijkgebouw leeg. Kwam dat even gelegen. Daar konden de jongeren tussen pakweg tien en vijfentwintig jaar mooi hun jeugd gaan doorbrengen zonder de andere Oisterwijkers al te zeer voor de voeten te lopen.

Zo werkt het uiteraard niet en sommige raadsleden waren er ook als de kippen bij de vinger op die zere plek te leggen. Jonge Oisterwijkers zijn gevoelige mensen. Ze hebben direct door als iemand probeert hen in het verkeerde nest te schuiven. Ga iemand van een jaar of zestien maar vertellen dat hij moet gaan knippen en lijmen met jonge kinderen. Het gaat je niet lukken. Zelfs binnen dezelfde leeftijdscategorie bestaan er verschillende groepen die onder geen enkele voorwaarde met elkaar vermengd willen worden.

Bovendien moet er bij het bedenken van oplossingen serieus rekening worden gehouden met bezorgde omwonenden die niet zitten te wachten op zich vervelende jongeren in de buurt van de eigen huisdeur. Het gemeentebestuur zou dat eigenlijk moeten weten, want er is in het verleden na een veelbelovende start al vaker op aangedrongen hangjongeren te verbannen naar een container in the middle of nowhere.

In een grijs verleden kregen Oisterwijkse jongeren ook al de beschikking over een eigen plek. Het kostte een paar duiten, maar dan kregen ze ook de beschikking over een mooie ruimte met een open podium om de sluimerende talenten volop te ontplooien. Het initiatief verzandde toen bleek dat een dominante groep de kunst van het anderen de deur uitkijken prima verstond. Uiteindelijk kwam het gemeentebestuur tot de conclusie dat er wel heel veel geld moest worden uitgegeven voor een paar jongeren, die veel beter bereikt konden worden door een langs de diverse hangplekken fietsende jeugdwerker.

Deze keer zal het niet anders gaan, ben ik bang. Zodra de protesten en de noodzaak van het spaarzaam zijn de kop opsteken, gaat het gemeentebestuur ongetwijfeld weer ijverig op zoek naar alternatieven die beter passen bij het budget en de dan heersende tijdgeest. Het is een kwestie van hinderlijke stenen om zich aan te stoten niet uit de weg gaan.

 

Roland Smulders