bosch car service

Column Roland Smulders: Kunst mag schuren


Columnist Roland Smulders neemt u mee, een kijkje in zijn Oisterwijk:

Schrijver en columnist Roland Smulders (Foto: Iris de Groot)

 

In het centrum van mijn woonplaats Oisterwijk stond ik in de zomer tegenover een grote opgestoken middelvinger. Niet van vlees, maar van verchroomd metaal. Die indruk kreeg ik in elk geval. Hang mij er niet aan op. Zo vaak kom ik ook weer niet in de wereld van de beeldende kunst. Verderop hingen vier enorme pistolen bij de ingang van het onderkomen voor de lokale ambtenaren. Bij het oude raadhuis zat een ontgoochelde man op een soort bankje met levenloze ogen te staren naar een soortgenote die voor de deur van een modezaak uittorende boven het winkelende publiek. Na jaren van coronaleed hadden de organisatoren alles uit de kast getrokken om Oisterwijk op de culturele kaart te zetten.

Het was allemaal gedaan voor Tante Mien uit Urk, heb ik begrepen uit een artikel in het lokale nieuwsblad. De nieuwsgierigheid naar haar heeft een rol gespeeld bij het besluit toch eens naar al die kunst te gaan kijken. Kennelijk kwam zij in haar dagelijkse leven het een en ander te kort. Daarom zou zij naar verwachting Oisterwijk bezoeken om de confrontatie met een opgestoken vinger en dreigende pistolen aan te gaan. Je moet toch wat als je in Urk woont. Niet mijn mening, maar die van de directeur van het kunstgebeuren. Zelf zou ik het niet durven op die manier te spreken over het leven in Urk.

Eigenlijk had ik vakantie en moest ik verre blijven van alles wat met het schrijven van columns te maken had. De geest was gewillig, maar toen ik mijn plan maakte, wist ik nog niet dat er een wilde party zou worden ‘gesmeten’ voor Tante Mien uit Urk. Een tante die waarschijnlijk zelf tegen iedereen zei dat zij op Urk woonde en dat zij er een hekel aan had als mensen deden alsof Urk zomaar het zoveelste dorp is. Hoe kon ik nog met opgeheven hoofd door het dorp lopen als ik er geen aandacht aan schonk.

Bij het zien van de vinger die haar begroette zou Tante Mien wel even de wenkbrauwen optrekken, nam ik aan. Was dat de manier waarop Oisterwijk omging met bezoekers? En als uitsmijter wezen die pistolen zeker op het onvermijdelijke einde. Over een duidelijke boodschap gesproken.

Tijdens het bekijken en fotograferen van de kunstwerken had ik tijd om over de mislukte opmerking van de directeur na te denken. Kunst mocht schuren, maar wat had Tante Mien uit Urk daarmee te maken. Misschien hield zij wel heel erg van door vrouwen uit Hindeloopen beschilderde dienbladen en piekerde zij er niet over om voor een opgestoken vinger en wat pistolen af te zakken naar het zuiden van het land.

En van wie was zij eigenlijk de tante? Dat is nog zo’n vraag die door de directeur en de beelden in het vage werd gehouden. Niet van mij, voor zover ik wist. Al moest ik een slag om de arm houden, aangezien familiezin bij ons niet met hoofdletters wordt geschreven. Van de directeur zelf? In dat geval had hij een eigenaardige opvatting van hoe familieleden met elkaar hoorden om te gaan. Leuk je te zien, tante. En nu snel weer naar huis.

 

Roland Smulders