Het verplichte woonplaatsbeginsel en het negeren daarvan, hangt in Oisterwijk met een discutabele eer aan de Oisterwijkse D66. Vijf jaar lang werd de woonplaatsverplichting voor de D66 wethouder genegeerd; de partij deed dat ook bewust en puur voor het stemmentrekken bij een raadslid dat al lang en breed geëmigreerd was. De vraag is:
Gaat de partij dat nu met hun nieuwe wethouder ook doen?
Bij de vorige verkiezingen en daaropvolgende wethouders keuze, werd vooraf met destijds wethouder Logister een deal gesloten: ‘Als je bij ons in Oisterwijk komt werken, mag je in Chaam blijven wonen.’ Achteraf bleek dat niet de bedoeling van de wetgever, maar het was eenmaal afgesproken, en aldus geschiedde. Bij de deelname van de reeds geëmigreerde kandidaat tijdens de verkiezingen van vorige maand kwam het (zo bleek later) bewust onwettig handelen te laat in de openbaarheid; bezwaar bleek niet meer mogelijk; voor herverkiezingen werd niet gekozen. ‘D66 heeft een zetel gewonnen’ concludeerde de informateur deze week. Dat is strikt gezien juist, maar de manier waarop is niet toegestaan.

‘D66 zal ook voor deze periode een wethouder van buiten aandragen,’ aldus dezelfde informateur in een paragraaf van zijn verslag dat gaat over de beoogde wethouders bezetting. ‘Van buiten’ kan gelezen worden als ‘niet uit de partij’ (en dat mag), of net als bij Logister ‘niet uit onze gemeente’ (en dat mag niet). Wie D66 als beoogd wethouder in gedachte heeft is nog niet bekend.
Er zijn regels, en er zijn uitzonderingsmogelijkheden. Het bewust negeren van de grondbeginselen van de wet past echter niet bij een goed bestuurder, en bouwt niet aan vertrouwen. De gemeenteraad kijkt ernaar, en laat het gebeuren. Niet heel vreemd, want het komt de meerderheid van de raad goed uit: Zo lang het afwijkende gedrag van D66 wordt geaccepteerd, is er een mooie coalitiemeerderheid, samen met de instemmende PGB en VVD. CDA en AB geven tegengas, maar zijn in de minderheid, en dus gaat het spelen met regeltjes gewoon door.
Woonplaatsvereiste
Niet voor niets is het een ‘vereiste’. De wetgever stelt dat een wethouder in de gemeente moet wonen. Net als raadsleden en burgemeesters overigens. Dat daar uitzonderingen voor gelden, wil niet zeggen dat die uitzonderingen de regel zijn, of mogen worden! En vooral ook niet dat die uitzonderingen zonder inachtneming van overige omstandigheden en regelgeving ingezet mogen worden. Het vooraf met een wethouder afspreken dat deze de gehele raadsperiode buiten de gemeente mag blijven wonen is zeker niet hoe de wetgever het bedoelt; het bij emigreren wachten met uitschrijven uit de gemeente om nog even stemmen te trekken evenmin.
Uitzondering
Uitzonderingen bevestigen de regel, en dat is voor een wethouder die niet in de gemeente woont niet anders. In tegenstelling tot raadsleden, waarvoor de regel nog strenger is, mag een wethouder bij zijn of haar benoeming (als uitzondering!) nog wel (kort!) buiten de gemeente wonen. Dat kan bijvoorbeeld zijn in afwachting van verhuizing, indien een wethouder kort voor aankomende verkiezingen wordt benoemd, of in het geval een wethouder tijdelijk een functie waarneemt. Deze uitzonderingen moeten met goede argumenten expliciet worden onderbouwd. Structurele uitzonderingen zijn volgens de wet niet toegestaan.
In bijzondere situaties kan – mits met goede onderbouwing – na een jaar nogmaals een ontheffing worden gegeven. Het vooraf afspreken om voor een gehele raadsperiode jaarlijks ontheffing te verlenen is niet hoe de wetgever de uitzonderingsregel heeft bedacht. Daarmee doet men afbreuk aan het gehele woonplaatsvereiste. En daar waar men toch een uitzondering maakt, dient die uitzondering inhoudelijk met argumenten te worden voorzien. Het argument ‘dat is vooraf zo afgesproken’ valt daar zeker niet onder. Het betreft in zo’n geval een vooraf overeengekomen structurele afwijking van de wettelijke regels, voor een veel langere periode dan wat de wetgever heeft bedoeld.
Burgemeester
Ook voor burgemeester Hans Janssen is de woonsituatie niet volgens de regels. Voor hem zou maximaal driemaal een jaar een ontheffing verleend kunnen worden; die is ruim verstreken. Ook hier is sprake van een structureel karakter. Daarbij is echter wel een inhoudelijke argumentatie gegeven. De afstand van zijn woonhuis tot het centrum van Oisterwijk, is kleiner dan wanneer hij bijvoorbeeld in Moergestel zou gaan wonen. De raad heeft daarmee geaccepteerd dat verhuizen voor hem minder nut heeft. Er zijn wel inwoners die vinden dat de burgemeester hiermee het verkeerde voorbeeld geeft; burgemeesters moeten zich – net als raadsleden en wethouders – immers ook aan de wet houden.
Een gewaarschuwd mens telt voor twee!









