En zie,

waar eens een weiland was
zijn mensen komen wonen.
Zij plantten bomen in het gras.
Een plek om van te dromen.
Zij plantten planten er
ontstonden hofjes van Eden.
En in het heden
vliegen vogels overal.
De dieren blijven komen.
Rennend, kruipend, badend in
een plas.
Fladderend en snuffelend
duidelijk in hun sas.
Ieder heeft het naar de zin.
Hier vindt men het echt fijn.
Hier leeft men met vreugde.
Ook soms wel eens met pijn.
De Noenes, want zo heet het hier
heeft zandpaden met kuilen.
En als het s’ avonds donker wordt
dan hoor je vaak de uilen.
Verscheidenheid aan huisjes
ze liggen aan hun pad.
Verscheidenheid aan mensen
net als in de stad.
Tineke Holm – Stadsdichter








