In december werd een besloten raadsvergadering gehouden over de koop en sloop van een restaurant met woonhuis dat voorheen behoorde tot camping de Reebok. Vragen hierover bleven lange tijd onbeantwoord. Feitelijk onnodig om het beoogde resultaat van het einde van de camping – een ecologische verbindingszone – te realiseren. Het was een eis van de provincie, die zonder deze koop en sloop niet akkoord zou gaan met de verhuizing van de camping.
De gemeente betaalt 500.000 euro om de ontstane strijdige belangen op te lossen; de bewoners nemen genoegen met een lager bedrag; een 500.000 wordt bijgedragen door de eigenaren van de camping. Totaal bedraagt de vergoeding aan de eigenaar 900.000 euro. Bovenop dit bedrag komt een begrote sloopkosten van 100.000 euro.
Hieronder de uitleg van het college, waarop de raad een unaniem besluit heeft genomen. Alle partijen waren het eens met deze keuze.
Uitleg van het college (burgemeester en wethouders) behorende bij het raadsbesluit:

Tot 1992 was de gemeente Oisterwijk eigenaar van de gemeentelijke Camping De Reebok. In 1992 is de gemeente overeenkomsten aangegaan met Natuurmonumenten waarin werd vastgelegd dat de natuurgebieden tussen de Kampina en de Oisterwijkse Bossen en Vennen verbonden en versterkt moesten worden. Hiervoor was het noodzakelijk dat Camping De Reebok op termijn zou verdwijnen. De gemeente is destijds op zoek gegaan naar een beheerder voor de camping die voldoende recreatieve ervaring had en die bereid was om de camping in delen te ontmantelen.
De huidige eigenaar van het pand aan de Duinenweg 4 had ervaring met het beheren van een camping in Zeeland en werd door de gemeente aangesteld als Exploitant die voor eigen rekening en risico de camping zou beheren. De gemeente en de eigenaar maakte in een overeenkomst afspraken over stapsgewijze afbouw van Camping De Reebok – toen ongeveer 22 hectare groot – en teruggave aan de natuur van de vrijkomende gronden.
Met de sanering van Camping De Reebok wordt de belemmering die de camping vormt voor ecologische uitwisseling tussen de natuurgebieden Kampina en Oisterwijkse Bossen en Vennen – thans het Natura 2000-gebied Kampina en Oisterwijkse Vennen – weggenomen. In de genoemde overeenkomst met de eigenaar is voorts afgesproken dat de eigenaar ten behoeve van Camping De Reebok een bedrijfsgebouw met bedrijfswoning mocht bouwen, waarbij de grond door de gemeente op basis van erfpacht en opstal (samen ‘zakelijke rechten’) voor bepaalde tijd beschikbaar werd gesteld. Omdat de locatie van de Reebok uiteindelijk aan Natuurmonumenten zou moeten worden overgedragen, spraken De eigenaar en de gemeente af dat naar een nieuwe locatie voor de voortzetting van de camping gezocht zou worden.
In 2017 heeft de eigenaar de exploitatie van de camping overgedaan naar Recreatie Company BV. Hiervan is de eigenaar geen aandeelhouder, maar hij is wel eigenaar gebleven van het bedrijfsgebouw met bedrijfswoning. Gemeente en de eigenaar hebben een nieuwe overeenkomst gesloten waarin is opgenomen dat de gemeente zich zal inspannen tot het leggen van een woonbestemming ter plaatse van het bedrijfsgebouw met bedrijfswoning ten behoeve van de eigenaar en zijn familie, zodat men na ontmanteling van de camping in de woning zou kunnen blijven wonen. Om te kunnen voldoen aan de inspanningsverplichting heeft de gemeente een wijzigingsbevoegdheid opgenomen in het huidige bestemmingsplan.
Vanaf 2017 bereidde de gemeente de verplaatsing van de camping voor met de nieuwe exploitant, Recreatie Company BV, op een door hen gewenste locatie aan de Oirschotsebaan. De sanering van Camping De Reebok en de oprichting van recreatiepark Heidepark op de nieuwe locatie vraagt een herziening van het geldende bestemmingsplan. Daarbij vormt de provinciale Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant het toetsingskader. Uit het toetsingskader volgt dat het niet mogelijk is om én een woonbestemming te realiseren op Duinenweg 4 én een nieuw recreatiepark te vestigen aan de Oirschotsebaan. Om een recreatiepark aan de Oirschotsebaan mogelijk te maken, zal eerst de bebouwing op de locatie aan de Duinenweg 4 moeten worden wegbestemd.
Dit lijkt in tegenspraak met de eerder met de eigenaar gemaakte afspraken. Die afspraken waren immers gericht op het verlengen van de zakelijke rechten, zodat de eigenaar aan de Duinenweg 4 kon blijven wonen, en op het aanpassen van de bestemming van bedrijfswoning naar burgerwoning. Om het recreatiepark aan de Oirschotsebaan te realiseren, moeten de zakelijke rechten en het pand van de eigenaar worden aangekocht.
De gesprekken tussen de gemeente en de eigenaar daarover verliepen moeizaam. De eigenaar wilde naast een vergoeding voor het bedrijfspand eveneens een vergoeding voor de door hem gemaakte (deskundige)kosten, alsmede een schadevergoeding voor in de jaren ’90 ten behoeve van de camping gemaakte saneringskosten.
Uiteindelijk hebben de gemeente en de eigenaar op 1 juli 2025 overeenstemming bereikt over de aankoop van het bedrijfspand en de woning aan de Duinenweg 4 waarmee de zakelijke rechten worden beëindigd. De afspraken met betrekking tot beëindiging van de zakelijke rechten en de aankoop van het pand zijn vastgelegd in een koop- en vaststellingsovereenkomst.
Voor de aankoop van het pand aan de Duinenweg 4 zijn geen middelen gereserveerd binnen de huidige begroting. Om de aankoop mogelijk te maken wordt de gemeenteraad voorgesteld om een bedrag van € 500.000 beschikbaar te stellen en dit te onttrekken aan de algemene reserve. Het college acht dit een verantwoorde inzet van middelen gezien de noodzaak van de aankoop en de bijdrage aan de uitvoering van de gemaakte afspraken en gemeentelijke opgaven.
Het overige deel van de aankoopsom wordt gefinancierd door de ontwikkelaar van Heidepark Oisterwijk.
Het college heeft besloten dat op dit raadsvoorstel en de bijbehorende stukken
geheimhouding wordt opgelegd, om te voorkomen dat openbaarmaking de onderhandelingen tussen partijen nadelig beïnvloedt. Daarnaast is geheimhouding noodzakelijk ter bescherming van de economische en financiële belangen van de gemeente.
Conclusie
Het einde van dit verhaal is, dat vanwege regelgeving op papier, geheel onnodig een nog waardevol pand gesloopt gaat worden. Het is volgens de gemeente formeel nodig om uit een impasse te komen, maar voor het oorspronkelijke doel van een ecologische verbindingszone is het onnodig. Kosten voor de gemeente bedragen 500.000 euro.









