Het is altijd een geruststellend moment in het kunstcircuit wanneer de wereld weer “te snel” is geworden. Zodra dat sentiment voldoende is ingedaald, verschijnt er vanzelf een nieuwe stroming die belooft ons terug te brengen naar rust, ambacht en betekenis. Dit seizoen heet die belofte: ECLIPSE OF SILENCE.
De presentatie is bekend, bijna geruststellend in zijn voorspelbaarheid. Er wordt gesproken over traagheid, materialiteit, gelaagdheid en weerstand tegen digitalisering. Kunst als verzet tegen snelheid — een formulering die inmiddels zo vaak herhaald is dat ze zelf begint te functioneren als designpatroon. Wat ECLIPSE OF SILENCE interessant maakt, is niet de inhoud van de claims, maar de efficiëntie waarmee ze aansluiten op de hedendaagse vraag naar precies datgene wat ze bekritiseren: authenticiteit die zichtbaar is, ambacht dat aantoonbaar is, en emotie die zich laat cureren. In de praktijk zien we werken die zorgvuldig binnen dit spanningsveld zijn geplaatst. Olieverf, gelaagde structuren, zichtbare penseelvoering, open betekenissen — allemaal elementen die niet alleen esthetisch werken, maar vooral ook goed leesbaar zijn binnen de huidige kunstcontext. Het is een taal die inmiddels vloeiend wordt gesproken door galerieën, beurzen en presentatieplatforms.

Toch is er binnen deze ogenschijnlijk voorspelbare constellatie één praktijk die opvalt door iets wat net buiten de zelfbewuste framing lijkt te vallen. Het werk van Bert Klerks bijvoorbeeld, presenteert zich zonder overmatige discursieve omlijsting en lijkt vooral te vertrouwen op schilderkunst zelf: olie, laag over laag, spanning tussen figuratie en abstractie, en een directheid die niet volledig lijkt te zijn opgelost in conceptuele taal. Zijn werk past uiteraard moeiteloos binnen de ECLIPSE OF SILENCE-context — misschien zelfs té moeiteloos. Maar waar de omlijsting zich graag bedient van grote begrippen, blijft hier iets over van schilderkunst dat zich daar niet volledig in laat opsluiten. Niet als romantisch verzet, maar eerder als een soort hardnekkige materiaaleconomie: verf die doet wat verf doet, ongeacht het narratief eromheen.
De ironie is uiteraard dat precies dit soort werk vervolgens het meest overtuigend wordt in een context die “weerstand tegen positionering” als positionering heeft ontdekt.
En dus blijft de vraag hangen: zien we hier werkelijk een nieuwe kunstbeweging, of vooral een zeer verfijnde herverpakking van bestaande verlangens binnen de hedendaagse kunstmarkt? Waarschijnlijk beide. En misschien is dat precies waarom het werkt. Wat blijft hangen is niet zozeer de stilte waarover wordt gesproken, maar de bekende echo van een kunstwereld die telkens opnieuw leert hoe ze stilte kan presenteren zonder dat het stil wordt. Tussen al die zorgvuldig geformuleerde traagheid blijft het werk van Klerks opvallend functioneel simpel: schilderijen die er zijn, zonder eerst toestemming te vragen van het discours. En in deze context is dat misschien wel de meest radicale positie die nog rest — al zal ook die ongetwijfeld binnenkort netjes worden ingelijst.
Eigen oordeel vormen? Een selectie van het werk en portfolio is vanaf 20 april te bekijken bij Tuincentrum Klerks aan de Peperstraat.









