PIT Onderzoek: De natuur in Oisterwijk verdient beter

Met de verkiezingen in zicht gaat PIT Onderzoek na in welke mate de afspraken uit het Bestuursakkoord 2021-2026 zijn gerealiseerd. Dit keer aandacht voor de natuur in en rond Oisterwijk.

Door PIT Onderzoek – Wouter Verschuur en Anno de Vreeze

Uit het bestuursakkoord 2021-2026:Natuur en biodiversiteit zijn geen afzonderlijk thema in het bestuursakkoord. Er worden slechts enkele zinnen aan gewijd in de hoofdstukken ‘Duurzaamheid’ en ‘Balans in het buitengebied’. Zo is “natuurcompensatie een vast onderdeel van het beleid” en in het buitengebied “wordt balans gezocht tussen natuur, landbouw, toerisme en wonen”. Voor de natuurgebieden gaat het om “een goede mix tussen beschermen en toegankelijkheid”. De 17 Global Goals van de Verenigde Naties worden onderschreven, waarvan een doelstelling gaat over stoppen van het verlies aan biodiversiteit.

De resultaten

De beleidsvoornemens met betrekking tot natuur en biodiversiteit zijn vaag en vrijblijvend.
In 2022 bracht de gemeente de in het bestuursakkoord aangekondigde Visie Buitengebied uit, waarin een hoofdstuk aan natuur en biodiversiteit is gewijd. In dit hoofdstuk lezen we dat “de rol van de gemeente zich met name zou moeten richten op het samen met (terreinbeherende) organisaties en andere betrokkenen realiseren van de natuurdoelstellingen”. Wat de bijdrage van de gemeente aan deze samenwerking kan zijn, blijft onduidelijk.

De visie bevat een aantal opgaven voor de toekomst, zoals een onderzoek naar “restopgaven” om een natuurnetwerk tot stand te brengen. Ook wordt nader onderzoek aangekondigd naar aanvullende maatregelen. Daarnaast werkte de gemeente mee aan de Groenblauwe Gebiedsgerichte Aanpak van de provincie, maar ook daarin staan nog weinig concrete maatregelen om de natuur te verbeteren. Hoe noodzakelijk dit is, bleek in 2023 nogmaals uit een rapport van diezelfde provincie ‘Natuurdoelanalyse Kampina & Oisterwijkse Vennen’. Daarin werd de achteruitgang van de natuur bevestigd, met als belangrijkste oorzaken verdroging en verzuring als gevolg van de neerslag van stikstofverbindingen, vooral afkomstig van de veehouderij.

Het hoofdstuk ‘Natuur en biodiversiteit’ van de Visie Buitengebied eindigt met de vaststelling dat er voor dit thema geen directe beleidsconsequenties zijn. De door de gemeente te nemen maatregelen passen dus binnen het bestaande beleid en de bestaande begroting.

Inwoners in protest: Rijen bomen uit protest voorzien van kruis, omdat de gemeente ze weg wil halen. (Foto: Toby de Kort).

In de recent gehouden jaarvergadering van het B-team werd het bovenstaande nog eens verduidelijkt. Wethouder Logister lichtte toe, dat de gemeente niet over de middelen beschikt om serieuze maatregelen in het buitengebied te financieren. De (zeer) grote bedragen die gemoeid zijn met het werkelijk terugdringen van verzuring en verdroging zijn afkomstig van de Provincie en het Rijk. Provincie en Waterschap zijn dan ook leidend bij het uitvoeren van grote projecten in het buitengebied. Op zich is dit begrijpelijk, maar zou de gemeente op kleinere schaal geen bijdragen kunnen leveren?

Binnen de bebouwde kom gebeurt wel iets. De gemeente doet aan ecologisch beheer van het gemeentelijke groen en steunt kleinere biodiversiteitsprojecten. Maar over andere zaken is nog steeds veel discussie, zoals over het onderhouden en maaien van bermen of het kappen van volwassen eiken aan de Gemullenhoekenweg. Terugdringen van biodiversiteitsverlies is daarbij nog steeds geen leidend uitgangspunt. Ook de ondersteuning van de Stichting Klimaatbestendig Oisterwijk laat nog op zich wachten.

Conclusie

De afgelopen bestuursperiode heeft vooral veel beleidsnota’s opgeleverd. Als deze geen of onvoldoende vervolg krijgen in de vorm van uitvoeringsplannen, zal de natuur in Oisterwijk achteruit blijven gaan. Een gemeente die zich profileert als de Parel in het Groen zou meer moeten doen om zijn natuurwaarden te beschermen.





Deel dit bericht:

Gerelateerd - Meer >>