Als een boer in Heukelom zijn grond wil verkopen, moet hij dat eerst aan de gemeente aanbieden. Dat voorkeursrecht heeft de gemeenteraad in 2020 opgelegd op een gebied dat volgens de raad mogelijk nodig is voor woningbouw; de uitbreiding van woonwijk Pannenschuur.

De boer vindt het allemaal te lang duren en wil van het voorkeursrecht af. Een eerdere rechter heeft hem dat gegund, maar de gemeente ging in hoger beroep. Anders dan de rechtbank eerder, is de Raad van State van oordeel dat de raad wel degelijk een voorkeursrecht mocht vestigen op deze gronden.
Ondertussen kan de boer binnen het bestemmingsplan gewoon doen wat hij met zijn grond wil. Hij kan zijn boerenbedrijf voortzetten en ook een stal bouwen. Pas als de grond verkocht wordt komt het voorkeursrecht in werking. Daarnaast kan de eigenaar in overleg met de gemeente treden om op deze gronden woningbouw te realiseren, of als deze de grond wil verkopen daarvoor een passende vergoeding ontvangen. Volgens de Raad van State worden de belangen van de boer op dit moment niet geschaad.
Daarbij is het in groot belang dat er woningbouw komt, en dat die niet belemmerd wordt door grondspeculaties. De gemeente wil op deze manier uitvoering kunnen geven aan haar taak om woningbouw te realiseren. Volgens de Raad van State heeft Gemeente Oisterwijk – het algemeen belang afwegende – voldoende rekening gehouden met de belangen van de boer.









