
In aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen volgt er dagelijks een column van deze lokaal politiek betrokken inwoner. Een achtluik over de beslommeringen van een zwevende kiezer. Hij waarschuwt vooraf: ‘Dit is een mening. Geen natuurwet, geen gemeentelijke verordening en al helemaal geen heilige schrift.’
Door Jaap Budding
Je kent dat moment: je vouwt het stembiljet open en het ding heeft het formaat van een picknickkleed. Daar, ergens halverwege, staat op lijst 4 het CDA. Een partij die fatsoen hoog in het vaandel heeft staan, wat op zich geruststellend is, maar ook een tikje bijzonder. Alsof je bij een restaurant binnenloopt en op de deur trots ziet staan: wij wassen hier de borden.
Over de mensen op de lijst valt weinig kwaads te zeggen. Ze zijn beleefd, zorgvuldig, en formuleren hun standpunten zo netjes dat je er bijna een theedoek bij verwacht. Niemand wordt geschoffeerd, niemand krijgt een sneer. Het politieke equivalent van altijd iemand voor laten gaan bij de supermarkt. Sympathiek? Absoluut. Maar je vraagt je toch af: kom je er ook ergens mee?

Volgens hun eigen overzicht wel degelijk. Er zijn inwonersbijeenkomsten georganiseerd (een heleboel), vragen gesteld (nog meer) en moties en amendementen ingediend die het zelfs tot de eindstreep hebben gehaald. Dat is zonder twijfel hard werken. Maar als zwevende kiezer bekruipt me dan de vraag: is dit politieke impact, of vooral politieke administratie?
Deze week dook ik dus in het lijstje “successen” dat ze zichzelf geven. Altijd leerzaam, want ik bén precies de doelgroep: overtuig me maar. Laat me denken: ja, hier gebeurt wat.
Spoiler: ik zweef nog steeds. Misschien zelfs iets stabieler dan voorheen.
Neem het dorpskarakter. Dat is beschermd, zo lees ik. Geen overmatige verstedelijking, geen grote uitbreidingen, buffers behouden. Het klinkt heroïsch, alsof iemand persoonlijk een bulldozer heeft tegengehouden. Maar het voelt ook een beetje als trots melden dat het weer vandaag niet compleet uit de hand is gelopen. Fijn, maar niet per se een prestatie met een strik erom.
Dan het wonen, waar het serieuzer wordt. Regels tegen speculatie, geld voor kleine projecten, plannen voor betaalbare huizen. Dat zijn tenminste echte knoppen waar je aan kunt draaien. Alleen zit het succes vooral in zinnen die nog moeten gebeuren: er wordt gestart, er komt bouw, het gaat gebeuren. Als zwevende kiezer heb ik daar een lichte allergie voor. Beloften zijn politiek gezien net proefhapjes: ze smaken prima, maar je hebt nog geen maaltijd gehad.
In het buitengebied wordt vooral veel overlegd. Boeren aan tafel, bijeenkomsten, plannen met grootse namen. Allemaal nuttig, maar als praten een succes heet, dan moet mijn buurtbarbecue binnenkort ook subsidie aanvragen.
Bij veiligheid hetzelfde beeld. Een paar concrete verkeersmaatregelen, prima, maar daaromheen vooral gesprekken en sessies. Het leest een beetje als een jaarverslag van een actieve club: druk geweest, veel besproken, goede sfeer.
En dan de voorzieningen en bestuurskracht. Er is geïnvesteerd, invloed uitgeoefend, transparantie gebracht. Allemaal mogelijk waar, maar zonder tastbare resultaten voelt het als het politieke equivalent van “je had erbij moeten zijn”.
Begrijp me goed: het is geen rampenlijst. Er zitten echte stappen tussen, vooral bij wonen en verkeer. Maar als dit de etalage is die mij als zwevende kiezer moet verleiden, dan mis ik het moment waarop je denkt: ja, dit heeft mijn dagelijks leven merkbaar veranderd.
Wat overblijft is een keurige, degelijke opsomming. Veel inzet, weinig spektakel, en vooral veel bewijs dat er hard gewerkt is, maar minder dat er echt iets verschoven is.
Dus sta ik daar nog steeds, ergens tussen ja en nee, met mijn politieke koffertje in de hand. Niet ontevreden, niet overtuigd. Gewoon zwevend.
En eerlijk? Het uitzicht is hier best aardig, tot iemand me een reden geeft om te landen.
Informatie
Voor de kiezers in onze gemeente is er regelmatig verkiezingsnieuws, zijn er drie Oisterwijkse kieswijzers en hebben we een overzicht van de partijen.









