Wethouder Anne Cristien Spekle-Hooghart (VVD) wil – ondanks herhaaldelijk verzoek – geen gesprek aangaan over de situatie op industrieterrein Kerkhoven en de KVL. We hebben hier afgelopen maanden nadrukkelijk en met herhaling om verzocht. De situatie en mogelijke veranderingen zijn niet alleen complex, maar kennen hoe dan ook gevolgen van groot belang.
Het probleem

Een aantal jaren terug heeft de gemeenteraad besloten dat een deel van het Oisterwijkse industriegebied Kerkhoven (zie kaart), rondom de tot woonwijk her te bestemmen KVL, omgebouwd zou mogen worden tot woonwijk.
Het probleem: Het was een visie, geen feitelijke uitvoering, geen regie door de lokale overheid. Er waren dan ook direct al vraagtekens van betrokken ondernemers en het bleek niet eenvoudig: Bedrijven van meerdere eigenaren opkopen, bestemmingsplan laten aanpassen, panden slopen, grond saneren en woningen bouwen… … en dat allemaal voor een groot gebied waarbij wonen en industrie gescheiden moet blijven. Het bleek een onmogelijke opgave. Een projectontwikkelaar die hiermee aan de slag ging is failliet en meerdere eigenaren van bedrijven hebben daarop besloten te blijven zitten waar ze zitten; zij investeren nu in het opknappen van hun panden.
Probleem twee: Bewoners in de nieuwe wijk KVL (en nog komende woningbouwprojecten) hadden een verkeerde indruk, en zitten nu ongewenst tegen een industrieterrein aan; de zwaarste soort die we in Oisterwijk kennen!
Afstand
Indien woningen in de buurt van bedrijven worden geplaatst, is het volgens de geldende normen verstandig afstand te bewaren. Van die afstand kan afgeweken worden, mits er aanvullende maatregelen worden genomen. Men kan bijvoorbeeld denken aan een geluidswal en extra geluidsisolerende gevels. Op KVL is dat gedaan. Nadeel is, dat mensen die met hun raam open willen slapen, of in de zomer lekker in de tuin willen genieten, dan alsnog worden gestoord. Die verstoring zorgt voor klachten, en die klachten daar moeten bewoners mee leren leven, of ondernemers zich tegen weren. Duidelijk een ongewenste situatie.

Overlast kan ook voorkomen worden door bedrijven te vragen extra maatregelen te nemen. De vraag is in dat geval wie die maatregelen gaat betalen. Immers zijn de bedrijven niet de veroorzaker van het ontstane probleem. Ook kan men alsnog afstand creëren. Dat kan door woningen elders te bouwen, of bedrijven vragen te verhuizen. Beide oplossingen vragen om kostbare investeringen, waar men in redelijkheid de bedrijven niet mee kan opzadelen.
Aanpassen
Wat ook kan, maar waar bijna zeker bezwaren en rechtszaken op volgen, is de toegestane industriële activiteiten van bedrijven verlagen, en vervolgens daarop handhaven. Bij de situatie in Oisterwijk is precies dit aan de hand.
Het college (burgemeester en wethouders) heeft in het voorgestelde raadsbesluit een (onjuiste) lijst van industriële categorie per bedrijf opgenomen, waarbij de waarden lager liggen dan de bedrijven in hun vergunning hebben staan. In de voorbereidingen van het raadsbesluit zijn panden in deze lijst opgenomen zonder milieucategorie met als reden ‘leegstand’ (de eigenaren waren bezig met een verbouwing). Hiervan was klip-en-klaar duidelijk dat er na realisatie werkzaamheden met een hogere industrienorm worden uitgevoerd. En er waren panden opgenomen met een lagere categorie 3.2, terwijl bekend was dat deze bedrijven ook werkzaamheden uitvoeren (en mogen uitvoeren) in de zwaardere categorie 4.1. Dit overzicht is ook nu nog niet aangepast. Wel is in een presentatie van deskundigen een aanpassing meegenomen. Zo zijn de in december weggelaten normen van de leegstaande (verbouwde) panden aangevuld en is bij enkele bedrijven de categorie 4.1 als nevenactiviteit toegevoegd. Er staan dan ook twee documenten met verschillende waarden bij het voorstel.

Een gemeente mag de toegestane waarden voor een bepaald gebied bijstellen. De vraag die daarbij komt is of dat in redelijkheid gebeurt en wie de gevolgen daarvan moet dragen. Zou de gemeenteraad deze lagere waarden goedkeuren (3.2 in plaats van 4.1), en de ondernemers doen daar niets tegen, dan kan het zijn dat er bij werkzaamheden in categorie 4.1 handhaving volgt. Of de bedrijven worden alsnog gedwongen kostbare maatregelen te nemen tegen de overlast. Daarbij komt, dat als een bedrijf de hoofdwerkzaamheden wil aanpassen van 3.2 naar de zwaardere categorie 4.1, dit niet meer is toegestaan, ondanks dat dit toen zij hun pand kochten en zich hier vestigden dat wel was toegestaan. In alle gevallen worden bedrijven beperkt in hun mogelijkheden en/of financieel benadeeld. Reken maar: kostbare rechtszaken en schadeclaims volgen…
Unilin
Het raadsbesluit werd in december uitgesteld, mede vanwege de aangekondigde verhuizing van het grote bedrijf Unilin. Volgens het college heeft deze verhuizing geen effect op het voorliggende raadsbesluit. Het voorstel is dan ook ongewijzigd ingediend voor de raadsvergadering van 5 maart. Bedrijven die werkzaamheden uitvoeren in de categorie 4.1, zouden in de toekomst eventueel kunnen verhuizen naar het Unilin terrein. De gemeente zou dit ook zelf kunnen faciliteren, zoals dat in grotere schaal bij Moerdijk het plan is. Dat is mogelijk de reden dat de gemeente een voorkeursrecht tot koop op dat terrein heeft gelegd.
Nog steeds is onduidelijk wie de kosten moet gaan dragen indien bedrijven hun werkzaamheden moeten beperken, zij moeten verhuizen of als zij extra maatregelen moeten nemen. Dit zorgt bij diverse ondernemers voor onzekerheid, beperkingen in hun groei en persoonlijke stress.
Of als er geen aanpassing komt, is de vraag hoe het moet met de leefbaarheid van bewoners in de reeds gebouwde woningen?
Was het dit?

Nee, er dreigt nog een tweede en een derde plek waar eenzelfde situatie kan ontstaan. Op het Noordwestelijke deel (zie kaart grijs gestreept) van het door de gemeente beoogde transformatiegebied (van industrie naar wonen) zouden ook bedrijven weggaan en woningen komen. Recent gaf de gemeente aan dat de transformatie van industrie naar wonen daar ‘van de grond komt’. Echter zijn er ook in dat gebied bedrijven die hun pand willen gaan opknappen voor toekomst bedrijfsmatig gebruik. Zetten die hun ontwikkeling door, dan worden daar dus geen woningen gebouwd, en worden naastgelegen toekomstige woningbouwprojecten bemoeilijkt.
En dan is er als derde het plan om op het Noordoostelijke deel (zie kaart grijs gestreept) een wooncomplex met supermarkt te plaatsen, direct naast de reeds jaren aanwezige industrie. Zou de gemeente dit toestaan, dan wordt het aantal inwoners dat mogelijk overlast ervaart van de industrie nog groter.
Tot slot
5 maart komt het onderwerp in de raad; 18 maart zijn er verkiezingen. Zou de raad 5 maart een beslissing nemen, dan is de vraag of een nieuwe raad er hetzelfde over denkt. Immers kan een nieuwe raad met nieuwe volksvertegenwoordigers een andere mening hebben, het besluit terugdraaien, aanpassen, aanvullen of net dat doen wat die nieuw gekozen raad ook wil. De uitvoering zal hoe dan ook nog jaren tijd vragen. Een beslissing van de huidige raad zo kort voor de verkiezingen lijkt dan ook volledig zinloos. Mogelijk gebruiken de zittende partijen het om richting de kiezer een signaal af te geven…








