Hij volgt het politieke en gemeentelijke proces op de voet, en heeft er als inwoner van ons mooie Oisterwijk een mening over. U mag het er helemaal, deels of totaal niet mee eens zijn, altijd fijn vooraf te weten…
Door Jaap Budding

De Sloper van Oisterwijk
Van Staalbergven tot gemeentehuis: alles moet plat
Het badmeesterhuisje moest óók nog sneuvelen
Er zijn wethouders die bouwen aan een gemeente. En er zijn wethouders die vooral goed zijn in het bestellen van containers, slooplint en graafmachines met achteruitrij-piepjes.
In Oisterwijk lijkt die tweede categorie de laatste jaren opvallend succesvol. Want waar je tegenwoordig ook kijkt: vroeg of laat verschijnt er ergens een plan om iets “terug te geven aan de natuur”, “toekomstbestendig te transformeren” of gewoon ouderwets tegen de vlakte te gooien.
Neem het Staalbergven.
Of beter gezegd: wat daar na jaren politiek gesteggel, onderzoeken, visiesessies, participatieavonden en strategische koffiemomenten nog van overeind stond: Het badmeestershuisje.
Want alsof de sluiting van het iconische openluchtzwembad nog niet pijnlijk genoeg was, moest recent ook dat laatste stukje nostalgie eraan geloven. Wethouder Dion Dankers klonk in het Brabants Dagblad bijna aangedaan dat “ook het badmeestershuisje moet verdwijnen”. Natuurmonumenten wil alles teruggeven aan de natuur, zo legde hij uit.
Dat klonk een beetje alsof hij het zelf ook allemaal pas net hoorde. Alsof hij toevallig langs het Staalbergven fietste, een shovel zag staan en dacht: “Goh, wat gebeurt hier nou weer?”
Kleine nuance: dezelfde gemeente heeft gewoon afgesproken om vóór eind 2026 alle bebouwing te slopen. Alle bebouwing ! Dus ook dat huisje.
Dat is ongeveer hetzelfde als eerst de Titanic op een ijsberg parkeren en daarna verbaasd vragen waarom de piano nat wordt.

Burgerinitiatief? Leuk geprobeerd
Het mooiste aan dit verhaal is misschien nog wel dat inwoners het badmeestershuisje nog probeerden te redden.
Er lag een burgerinitiatief. Mensen wilden meedenken. Vrijwilligers hulp werd aangeboden aan de gemeente. Er werden ideeën aangedragen. De gemeente kreeg alle gelegenheid om de handschoen op te pakken.
Maar in het gemeentehuis leek men dat initiatief ongeveer te behandelen zoals een gemiddeld college een inspreekavond behandelt: vriendelijk knikken, serieus kijken, notities maken… en daarna vooral doorgaan met het oorspronkelijke plan. Formeel klonk het : daarvoor moet je bij Natuurmonumenten zijn.
De reddingsactie kreeg uiteindelijk ongeveer evenveel bestuurlijke energie als een kapotte TL-buis in een archiefkast.
Dat is ergens ook wel knap.
In een tijd waarin gemeenten voortdurend praten over “burgerparticipatie” en “samen met inwoners optrekken”, slaagde Oisterwijk erin om een groep betrokken inwoners eerst hoop te geven en vervolgens vooral kennis te laten maken met de afdeling Sloopzaken.
PGB: redders én slopers tegelijk
Het werkelijk indrukwekkende aan dit dossier is dat Partij Gemeente Belangen (PGB) jarenlang tegelijk vóór én tegen de ondergang van het Staalbergven wist te zijn.
Aan de ene kant profileerde de partij zich als redder van het zwembad. Er werden warme woorden gesproken over erfgoed, jeugdherinneringen, gezinnen en “een voorziening voor onze inwoners”.
Aan de andere kant zat hun eigen wethouder, Dion Dankers, gewoon midden in het college dat het hele traject richting sluiting, ontmanteling en natuurherstel begeleidde.
Dat is politieke gymnastiek waar een circusdirecteur jaloers op zou zijn.
PGB wilde applaus van inwoners die het zwembad wilden behouden, terwijl ondertussen bestuurlijk alvast de laatste schroeven werden losgedraaid.
Soms kreeg je bijna de indruk dat er binnen dezelfde partij tegelijk werd gerouwd én gesloopt.
Van zwemmen naar zomp
Het Staalbergven-dossier laat eigenlijk vooral zien hoe lokale politiek werkt als niemand nog hardop durft te zeggen wat iedereen al weet.
Iedereen wilde het zwembad behouden. Niemand wilde de rekening betalen.
Dus kwamen er onderzoeken, scenario’s, toekomstvisies, haalbaarheidsstudies, participatietrajecten en vermoedelijk complete biscuit-ecosystemen in vergaderzaaltjes van het gemeentehuis.
De uitkomst?
Exact hetzelfde als wanneer iemand drie jaar eerder gewoon eerlijk had gezegd:
“Beste mensen, het gaat niet meer gebeuren.”
Alleen waren we dan een paar miljoen euro, tientallen vergaderingen en honderden ambtelijke PowerPoints minder kwijt geweest.
Ook Haaren moet eraan geloven
En alsof dat nog niet genoeg is, staat inmiddels ook het relatief nieuwe gemeentehuis van Haaren op de nominatie om te verdwijnen. Daarvoor in de plaats moet een nieuw dorpshuis, het “Hart van Haaren” komen.
Dat klinkt warm, gezellig en verbindend. Tot je beseft dat er eerst gewoon een prima gebouw moet worden gesloopt om dat warme hart mogelijk te maken.
Al is er nog één mogelijke spelbreker.
Een vleermuis.
Want zoals het tegenwoordig hoort in Nederland, zou uiteindelijk niet de gemeenteraad, niet het college en zelfs geen projectontwikkelaar bepalen wat er met het gebouw gebeurt, maar een kleine nachtelijke fladderaar die momenteel nog in het pand woont.
Mocht de vleermuis besluiten te blijven zitten, dan ligt mogelijk het complete project stil. Dan wint uiteindelijk niet de oppositie, niet de belastingbetaler en ook niet de erfgoedliefhebber. Maar een dier van twaalf gram biedt betere juridische bescherming dan het badmeesterhuisje ooit heeft gehad.
En eerlijk is eerlijk: die vleermuis begint langzaam de laatste verdedigingslinie tegen de Oisterwijkse sloopdrang te worden.
Langzaam ontstaat een patroon
Het Staalbergven? Slopen.
Badmeesterhuisje? Slopen.
Gemeentehuis Haaren? Slopen… tenzij de vleermuis bezwaar maakt.
Als dit zo doorgaat, moeten monumenteneigenaren straks niet meer bij de provincie zijn voor bescherming, maar gewoon hopen dat er ergens een beschermde diersoort in het pand trekt.
Een paar vleermuizen, een dassenburcht of desnoods een zeldzame salamander kan tegenwoordig zomaar effectiever blijken dan een heel inspreekavondje in het gemeentehuis.
De titel is verdiend
Misschien moeten we gewoon eerlijk zijn.
Waar sommige bestuurders later een straatnaam krijgen, lijkt hier langzaam een bijnaam te ontstaan voor wethouder Dankers.
Niet “de verbinder”.
Niet “de bestuurder”.
Niet “de man van de inwoners”.
Nee.
De Sloper van Oisterwijk.
En het wrange is misschien nog wel dit:
Iedere keer opnieuw klinkt het alsof het allemaal buitengewoon betreurenswaardig is dat er wéér iets verdwijnt.
Terwijl ergens op de achtergrond ondertussen alweer een shovel warm staat te draaien…









