bosch car service

Gemeente Oisterwijk biedt onvoldoende woningen voor uitstroom AZC


Asielzoekers die een vergunning krijgen, de statushouders, moeten het AZC verlaten en krijgen in de diverse gemeenten een woonhuis toegewezen. Althans, dat is de bedoeling. Opnieuw kan Gemeente Oisterwijk niet voldoen aan de vraag.

Omdat een deel van de statushouders vanaf het AZC in Oisterwijk, ook hier een woning krijgen, is de integratie eenvoudiger. ‘Deze mensen al gedurende hun verblijf op het AZC starten met inburgering. Deze vroegtijdige start en het benutten van de wachttijd tot een woning beschikbaar is, komt de integratie en participatie ten goede,’ zo laat de gemeente weten in een raadsinformatiebrief.

Minder goed gaat het met de woningbouw. Er is een nijpend tekort aan woningen. Dit heeft ook effect op het aantal statushouders dat een woning krijgt toegewezen. Eerdere jaren en ook afgelopen januari werd de taakstelling niet behaald. ‘Wij hebben 18 statushouders gehuisvest terwijl wij de opdracht hadden om 27 statushouders te huisvesten.’ Hoofdredenen zijn naast administratieve vertraging en coronagerelateerd, het gebrek aan nieuwe woningen, en het gebrek aan woningen specifiek voor 1-2 personen.

Meer, snel en desnoods tijdelijk (Foto: MyBase)

Om versnelling te krijgen in de huisvesting van statushouders (inclusief uitstroom uit beschermd wonen en tegelijk ook spoedzoekers) is een projectleider aangetrokken die gaat kijken naar tijdelijke huisvesting, ofwel flexwonen. Dit geeft mogelijk meer kansen om aan de taakstelling (en huisvesting van andere doelgroepen) te voldoen.

De min of meer verplichte taakstelling (lees hier meer) voor de 1ste helft van 2022 is 28. Dit aantal bestaat uit 19 nieuwe taakstellingen voor de eerste helft van 2022 en 9 resterende uit 2021. De helft hiervan is reeds voorzien. De gemeente verwacht dat de taakstelling voor de tweede helft van 2022 zal toenemen. Het is nog onbekend waar al deze mensen terecht kunnen.

Via met name Leystromen krijgen ‘bijzondere doelgroepen’ (statushouders en WMO huisvesting samen) tot een maximum van 15% voorrang op reguliere woningzoekenden. Hetgeen ook betekent, dat als de gemeente meer statushouders moet plaatsen, er ook meer woningen voor andere woningzoekenden moet worden gerealiseerd. Daarnaast, zo werd eerder bekend gemaakt, is dat nodig om het draagvlak in de samenleving te behouden en/of vergroten.