bosch car service

Column Roland Smulders: Culturele smaak


Columnist Roland Smulders neemt u mee, een kijkje in zijn Oisterwijk:

 

Schrijver en columnist Roland Smulders (Foto: Iris de Groot)

 

Mijn woonplaats Oisterwijk viert dit jaar een week lang Koningsdag, las ik laatst in de plaatselijke pers. Waarom er een week voor nodig is, terwijl de rest van het land aan een ochtend genoeg heeft? Ik zou het echt niet weten. Misschien zit er een weldoordacht plan achter. Is het de bedoeling om het bejubelen van Oranje bij de in Oisterwijk neergestreken Oekraïense vluchtelingen versneld tussen de oren te krijgen. Eind april is onze koning jarig en dan wordt iedereen geacht gezellig een neut te scheppen en met toiletpotten te smijten. Dat laatste zal trouwens nog wel enige uitleg behoeven, want in Kiew en Maroepol zaten de potten tot de komst van de Russen gewoon vast en werd het gewaardeerd dat zo te laten.

Het is ook uitdrukkelijk niet de bedoeling om voor het smijten gebruik te maken van het sanitair van het gastgezin. Iemand met een talenknobbel moet uitleggen dat wij in Nederland met dat doel de bouwmarkt hebben uitgevonden. En na het spelen natuurlijk wel de rommel opruimen. Wij hebben het centrum van Oisterwijk na de feestweek weer voor andere activiteiten nodig. Ze duren niet altijd een hele week, maar zijn wel aan te bevelen om eens een keer uit te proberen.

Mochten de Oekraïense vluchtelingen zelf ook feesten hebben die zij graag willen blijven vieren, dan is het in Oisterwijk gebruikelijk dat vooraf even bij de gemeente te melden voor plaatsing op de evenementenkalender. Dat voorkomt dat er op hetzelfde moment ineens twee feesten worden gevierd. Dat er – ik noem maar een voorbeeld – geen toiletpotten door de lucht vliegen, terwijl onze nieuwe plaatsgenoten juist een heilige aan het uitlaten zijn. Zoiets zorgt snel voor misverstanden en harde confrontaties tussen bevolkingsgroepen.

Over smaak valt niet te twisten en dat geldt al helemaal als het om culturele smaak gaat. Maar een hele week hoeft Koningsdag van mij ook weer niet te duren. Het is niet toevallig dat mensen na exotische uitstapjes altijd blij zijn de vertrouwde routine weer te mogen omarmen. Ik begrijp best dat er een organisatiecommissie is die zich graag zinvol wil maken door vluchtelingen de Oisterwijkse cultuur bij te brengen, maar dat kan ook ergens achteraf. Er is nog ergens een boerderij waar Oudhollandse spelletjes kunnen worden aangeleerd en elders in het buitengebied heeft een echtpaar speciaal voor de nieuwkomers de woning tot aan de nok gevuld met compleet overbodige spullen. Voor de onontbeerlijke uitleg en een consumptie wordt gezorgd.

De Oekraïense vluchtelingen moeten het mij maar niet kwalijk nemen. Ik ben getekend door alle feesten die ik als kind heb meegemaakt. Te vaak moeten proberen een ring aan een touwtje om de hals van een fles te krijgen, doet iets met een mens. In het begin valt dat nog niet zo op, maar ineens merk je dat je begonnen bent met het schrijven van relativerende columns. Terwijl je heel goed weet dat Oisterwijkers van nature grote moeite hebben met zulke uitingen. Ik kan alleen maar tegen de nieuwe Oisterwijkers zeggen: ‘Laat het een wijze les zijn. Feesten is leuk, maar het moet wel met mate gebeuren.’

 

Roland Smulders