lezing goed oud worden

Privacy bescherming versus openbaarheid bestuur en de vrije nieuwsgaring


Oisterwijks raadslid Myrte Hesselberth van partij PRO heeft afgelopen raadsvergadering een pleidooi gehouden over de privacybescherming van inwoners. Haar partij maakt zich zorgen over de gemeentelijke procedure en de bescherming van privacy bij afhandeling van aan de raad toegezonden brieven. Ze kreeg hierbij steun van Johan van den Brand (PGB).

Myrte Hesselberth, fractievoorzitter van PRO (Foto: Andress Kools).

Een inwoner uit Oisterwijk zou na het schrijven van een ingezonden brief aan de raad, ondanks dat deze door de gemeente geanonimiseerd moeten worden, toch benaderd zijn door een journalist. Hieruit concludeerde raadslid Hesselberth (PRO) dat er nog eens goed naar de procedure gekeken moet worden. Uit navraag blijkt echter dat er iets anders aan de hand is; in ieder geval geen procedurefouten! Daarbij komt dat verder aanscherpen van de procedure ook het grondwettelijke recht op vrije nieuwsgaring én de openbaarheid van bestuur zou kunnen schaden.

Recht op inzage
Het raadswerk moet in beginsel openbaar worden gevoerd, zodat eenieder dit in alle openheid kan volgen. Het is dan ook de bedoeling dat niet alleen de meningen van de raadsleden en hun stemgedrag, maar ook de informatie die hen tot dat stemmen brengt voor iedereen openbaar beschikbaar is. Zo behoort ook de informatie die ten grondslag ligt aan het nemen van besluiten (of het nalaten daarvan) openbaar beschikbaar te zijn; dat is geregeld in de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Het doel daarvan is dat eenieder deel kan nemen aan de democratie en overheidsbesluitvorming.

Om dat raadswerk te kunnen volgen, en er naar eigen afweging over te kunnen publiceren, hebben ook journalisten recht op inzage daarvan. Ook hebben zij altijd het recht om op onderzoek uit te gaan; het is uiteraard aan inwoners de vrije keuze daar al of niet aan mee te werken. Dat ‘recht op vrije nieuwsgaring’ moet door overheden minstens op verzoek altijd ingewilligd worden. Met uitzondering in het geval er aantoonbaar en met argumenten onderbouwde redenen zijn om dat niet te doen. Daarom worden bijvoorbeeld uit privacy overwegingen persoonlijke gegevens verwijderd alvorens documenten beschikbaar te stellen.

Ingezonden brieven
Inwoners kunnen de gemeenteraadsleden persoonlijk aanspreken, of een ingezonden brief sturen aan alle commissie- en raadsleden tegelijk. Dat kan per post of via mail via griffie@oisterwijk.nl. Deze ingezonden brieven aan de raad, behoren dus bij hun raadswerk, en moeten daarmee in principe openbaar beschikbaar zijn. In het verleden gebeurde dat standaard op de website van de gemeenteraad. De raadsleden moeten weten van wie de brief af komt, om eventueel in gesprek te kunnen gaan, en daarom worden brieven die binnen komen zonder naam nooit in behandeling genomen.

Privacy
Wel worden uit privacy overwegingen altijd de namen en adressen op ingezonden brieven door de gemeente verwijderd, alvorens deze openbaar worden gemaakt. Op zich logisch, omdat veel mensen niet weten dat de brieven aan de gemeenteraad in beginsel openbaar zijn, en daarmee mogelijk ongewild hun persoonlijke informatie op straat komt. Het zijn wettelijke, maar ook algemeen aanvaarde privacyregels.

Drempel
Vorig jaar is de gemeente gestopt met het openbaar publiceren van ingekomen brieven. Er wordt nog wel een korte melding gemaakt van de ontvangst (klik hier) op het openbaar zichtbare deel van het Raadsinformatiesysteem, maar de brieven worden niet meer openbaar gepubliceerd. Het is dan aan de inwoners of aan de pers om de brieven op te vragen, alvorens er kennis genomen kan worden van de inhoud. Ook in dat geval worden de brieven geanonimiseerd. Deze werkwijze vormt voor de inwoners en in het bijzonder voor de media een extra drempel. Zowel het Brabants Dagblad als onze redactie hebben vorig jaar een verzoek ingediend deze beperking terug te draaien, maar daar is geen gehoor aan gegeven.

Het op de site van de raad getoonde overzicht met ingekomen stukken.

Fouten?
‘Hoe is het dan mogelijk?’ Een logische vraag als een raadslid hier zo zwaar aan tilt, en aangeeft dat er toch een naam en adres bekend is bij een journalist. Is het systeem dan onjuist, zijn er fouten gemaakt door de ambtenaar, of heeft de journalist onzorgvuldig gehandeld?

Nee, zowel de betreffende journalist als een woordvoerder van het college (burgemeester en wethouders) laat weten dat de procedure juist is gevolgd en er in het geheel geen fouten zijn gemaakt. De gemeente heeft na afloop nog eens goed gekeken ‘of er toch (per abuis) op enige wijze persoonsgegevens zijn verstrekt. Dit blijkt niet het geval te zijn.’ Ook onze redactie ziet in de ook aan ons toegezonden brief geen persoonlijke informatie staan. De brief is op de juiste manier geanonimiseerd.

Uit navraag van onze redactie blijkt dat de journalist in kwestie uit de brief heeft opgemaakt, om welke inwoner(s) het mogelijk zou kunnen gaan. Deze heeft zonder daar zeker van te zijn, eenvoudigweg wat geprobeerd en na wat rondbellen de afzender inderdaad gesproken. Is er dan door hem onzorgvuldig gehandeld? Nee, hij heeft gebruik gemaakt van zijn recht om onderzoek te doen, en ook door deze journalist zijn er in zorgvuldige afweging geen gegevens openbaar gemaakt. Goed te weten is overigens dat – afhankelijk van de situatie – een journalist dat na zorgvuldig afwegen wel mag; er gelden voor media uitzonderingen op de AVG regelgeving.

Verborgen
Tegelijk met het bekijken van bovenstaande situatie, zijn wij tot de ontdekking gekomen dat niet alle brieven aan de raad openbaar worden vermeld. Er is dan in het geheel geen vermelding; ook niet met alleen het onderwerp. Inwoners en pers zien die brieven niet terug in het overzicht van aan de raad toegezonden stukken. Ze zijn daarmee geheel onbekend en kunnen dus ook niet worden opgevraagd, bevraagd of onderzocht.

Het bestaan van zo’n brief komt pas ‘boven water’ als bijvoorbeeld de afzender er iets van zegt, of een raadslid over deze vertrouwelijk gehouden brieven ‘lekt’. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren als een raadslid een vraag stelt over zo’n brief in de openbare raadsvergadering, of er een opmerking over wordt gemaakt op social media. Uit een mail, afkomstig van de griffie aan een briefschrijver, die wij van de briefschrijver hebben ontvangen, blijkt dat er in voorkomende gevallen bewust voor gekozen wordt brieven ‘… op het besloten deel van het raadsinformatiesysteem te plaatsen waardoor uw mail niet op het overzicht zichtbaar is. Uiteraard kunnen raads- en commissieleden uw brief wél inzien.’

Beperken
Raadslid Hesselberth vraagt om de procedure van ingezonden brieven nog eens goed te bekijken, met als doel dat inwoners altijd in vertrouwen hun verhaal kwijt moeten kunnen aan de raadsleden. Uiteraard kan iedere inwoner altijd in vertrouwen tijdens bijvoorbeeld een persoonlijk gesprek praten met raadsleden, en moeten inwoners er op kunnen rekenen dat de raadsleden persoonlijke informatie vertrouwelijk behandelen en zorgvuldig omgaan met privacygevoelige gegevens.

Uit bovenstaande blijkt dat er een voorbeeld is aangehaald waarbij juist niets mis is gegaan. Met de reeds ver doorgevoerde procedures is de privacy ruimschoots beschermd. Het (nog verder) beperken van de openbaarheid van gegevens – mogelijk ook het nu al achterhouden van het bestaan van sommige brieven – betekent in de praktijk dat inwoners en pers (nog) minder informatie krijgen, en er daarmee een (verdere) belemmering ontstaat in de vrije nieuwsgaring én openbaarheid van bestuur.

De partijvertegenwoordigers gaan hierover binnenkort met elkaar in gesprek.