lezing goed oud worden

De reddende kerstengel


Speciaal voor deze laatste week van het jaar, schreef Gerard Compiet een Kerstverhaal:

De reddende (kerst)engel

De kerstvakantie is begonnen en veel studenten zijn huiswaarts getogen. Zo heeft ook Sjoerd zijn studentenkamer in de stad verruild voor het ouderlijk huis. Zijn ouders zijn er weliswaar niet, ze overwinteren in Spanje, maar hij heeft nu in elk geval wat meer ruimte en comfort. Bovendien kan hij vrijelijk over hun auto beschikken. Die staat nl. al enige tijd werkloos in de garage.
De dagen voor kerst zijn donker en somber en gaan vroeger dan wenselijk over in het avondlijk schemer. Alleen daags voor kerst is er in de vroege namiddag nog even een opklaring. ‘Een beetje lichttherapie doet wonderen’, bedenkt Sjoerd en hij krijgt ineens zin om nog iets te ondernemen. Misschien zou hij even langs kunnen gaan bij een vroegere makker van zijn middelbare school. Maar bij wie dan? Tenslotte manoeuvreert hij de auto van zijn ouders naar buiten en besluit om zo maar een beetje rond te toeren. Al gauw betrapt hij er zich echter op dat hij niet zomaar willekeurig rondrijdt. Telkens komt hij uit bij een van zijn vroegere lievelingsplekken. Daar waar hij als kind al met zijn verrekijker rondliep om vogels te spotten of uitkeek naar insecten. Op die plekken is waarschijnlijk zijn passie voor de natuur ontstaan die uiteindelijk is uitgemond in zijn studie biologie.

Intussen verlaat hij bij het horen van de roep van een grote bonte specht het asfalt en rijdt een onverharde bosweg in. Het geluk is met hem, want hij ziet nog net hoe de specht met een dennenkegel in de snavel tegen een boom omhoogloopt. De kegel wordt daarop tussen de stam en een afgebroken zijtak vastgeklemd waarop het beest verwoed op de kegel begint in te hakken. Het is hem natuurlijk om de tussen de schubben zittende dennenzaden te doen. Deze laten zich echter niet zomaar een-twee-drie ‘bevrijden’ want het gehak, gebeitel en gewrik duurt enige tijd voort. Succes blijft uiteindelijk niet uit want gaandeweg ziet Sjoerd dat enkele van de gevleugelde zaden aan de snavelpunt van de vogel plakken. De grote bonte specht bezig met zijn kerstmaaltijd!

Een Kerstengel

Na een tijdje rijdt hij weer verder. De bosweg wordt intussen steeds glibberiger en is op den duur zelfs spekglad. Op een gegeven moment schuift de auto van het wat bollere middengedeelte naar beneden, de linker zijberm in. Nog even is er iets van vooruitgang te bespeuren maar dan zit het vehicle vast, wil niet meer voor- of achteruit. Sjoerd stapt daarop uit, breekt wat takken af en probeert die onder de wielen te leggen. Het helpt echter geen zier, want deze blijven slippen en de auto graaft zich steeds dieper in de modderige bodem. Met het aantal mislukte pogingen om de auto vlot te krijgen, stijgt ook Sjoerds gefrustreerdheid. Om op kerstavond in de middle of nowhere vast te zitten is allesbehalve een prettig vooruitzicht. Hulp halen doet hij liever niet, want zeg nou zelf, ergens bij mensen op kerstavond aankloppen om mee te helpen je auto uit de modder te duwen, dat doe je niet zomaar.

Even later is het bovendien ook nog eens schrikken geblazen. Plots vanuit het niets is daar een grote hond die zijn neus tegen zijn broekspijp duwt. Meteen daarop hoort hij een vrouwenstem schamperen: ’Zoiets kan alleen Sjoerd van Hoek overkomen’. De ongelukkige kijkt daarop verbluft van achter zijn auto op en als de vrouw in kwestie haar capuchon terugslaat, begint het langzaam maar zeker bij hem te dagen: Hier staat warempel Angela voor hem. Angela, zijn voormalige klasgenootje van de middelbare school. ‘Je mag dan wel enkele jaren ouder zijn geworden, maar zo te zien ben je nog geen spat veranderd’, gaat ze verder. Sjoerd weet maar al te goed waar ze op doelt.

Van jongs af aan was hij nl. altijd al iemand die regelmatig de grenzen van het mogelijke of toelaatbare opzocht. Zo joeg hij bijv. op school door een minder geslaagde opmerking nog al eens een leraar tegen zich in het harnas. Angela sprong dan vaak voor hem in de bres, wist de zaak te sussen en de betreffende docent weer wat milder te stemmen, waardoor straf of zelfs verwijdering uit de les werd voorkomen. Het weerhield haar er echter niet van hem na schooltijd zijn stommiteit in te peperen. Het wonderlijke was dat Sjoerd zich een dergelijke reprimande door haar liet welgevallen, terwijl hij die van geen ander geaccepteerd zou hebben.

Intussen kijkt Angela nog eens nauwkeurig naar de auto en brengt naar voren dat ze wel zou willen helpen, maar dat er in feite geen beginnen aan is. Bovendien moet ze meteen verder. Ze heeft nog een late dienst in het ziekenhuis en is alleen maar vlug-vlug een rondje met de hond van haar ouders aan het lopen. Angela zou Angela echter niet zijn als ze niet met een of andere oplossing op de proppen zou komen. Nu, met de kerstdagen op de boerderij van haar ouders logerend, zal ze haar vader vragen of die hem met zijn tractor uit de modder kan komen bevrijden. Sjoerd moet dan nog wel wat geduld hebben, want het werk in de stallen is waarschijnlijk nog niet klaar. En nadat ze hem zo gerustgesteld heeft, verdwijnt ze snel met hond in de invallende duisternis.

Na enige tijd doemen er uiteindelijk enkele koplampen, vergezeld van aanzwellend tractorgeronk, zijn kant op. De vader van Angela, wetend wat voor type Sjoerd is, grinnikt als hij hem zo hulpeloos in de modder ziet staan. Het vlottrekken van de auto levert niet al te veel problemen op. Als beiden uiteindelijk weer op de verharde weg zijn, merkt Angela’s vader op dat Sjoerd de auto zo niet in de garage van zijn ouders kan terugzetten. Het is daarom maar beter de tractor te volgen en vervolgens bij de boerderij de auto eens flink onder handen te nemen, hem van onder tot boven schoon te spuiten.

Als dit karwei uiteindelijk geklaard is, gaat hij nog even naar binnen om de ouders van Angela te bedanken en ze prettige kerstdagen te wensen. Binnen loopt hij tegen een behoorlijk uit de kluiten gewassen kerstboom op. Naast de gebruikelijke kerstversieringen hangen er verschillende aan kleurrijke linten opgehangen kerstwensen in. Voor hij het in de gaten heeft, staat hij met een blanco wenskaart in zijn handen. Aarzelend kijkt hij in de richting van Angela’s moeder en als die hem bemoedigend toeknikt, schrijft hij:

‘Lieve Angela, als vanouds was je weer eens mijn redder in nood. Plots als een rasechte kerstengel stond je daar, maar was ook, helaas, meteen weer weg. Ik wacht op een nieuwe verschijning. Sjoerd.’

Daarna loopt hij naar buiten maar keert meteen op zijn schreden terug om zijn telefoonnummer nog vlug te vermelden. Daags daarna, op eerste Kerstdag, het zal tegen elven zijn, spektakelt zijn mobieltje. ’t Is Angela. Zij en haar ouders vragen zich af of het wel wenselijk is dat Sjoerd in zijn eentje Kerstfeest viert. Hij is daarom van harte welkom bij het kerstdiner later op de dag. Nou, daar heeft hij wel oren naar. Zijn gedachten gaan daarbij meer uit naar Angela dan naar het kerstdiner zelf. Angela, die hij altijd al zo bijzonder gevonden heeft ziet hem, ondanks zijn ‘onhandigheden’, misschien dan toch zitten?

Opgewonden rijdt hij later op de dag richting boerderij. Bij het bosperceel waar hij gisteren nog vastzat, kan hij het toch niet laten even een raampje open te zetten. Vrijwel meteen daarop hoort hij een beverig hoe-hoe-oe-oe-oe-oe-oe-oe-oe. Hij stopt daarop de auto om nog eens goed te luisteren. Opnieuw laat de bosuil van zich horen, zij het op een ietwat andere plek.
Wat zal hij doen? Een echt dilemma wordt het echter niet. Sjoerd kijkt in de richting van de boerderij in kerstsfeer en mompelt: ’Het is nu of nooit met Angela’. Daarop start hij de auto en rijdt verder…

 

Namens onze redactie wensen wij u fijne Kerst en een goed 2022!