baderie

Column Roland Smulders: Het Oisterwijkse gevoel


Columnist Roland Smulders neemt u mee, een kijkje in zijn Oisterwijk:

 

Schrijver en columnist Roland Smulders (Foto: Iris de Groot)

 

De inwoners van het nieuwe stukje Oisterwijk dat Haaren heet, zullen zich inmiddels wel achter de oren krabben. De mooie, nieuwe kiosk die zij kregen als welkomstgeschenk – zo ongeveer zoals iemand een blinkend kettinkje krijgt bij het lid worden van een boekenclub – blijkt een lekkend dak te hebben en voor de renovatie van het gemeenschapshuis is voorlopig geen geld. Waar zijn zij in hemelsnaam aan begonnen? Zelfs de Oisterwijkse cultuur schijnt zo weinig voor te stellen, dat het een paar Haarenaren lukt de hoofdprijs in de wacht te slepen met een boekje over wat Haaren zelf te bieden heeft. Dat geeft toch te denken.

Kunnen de kersverse Oisterwijkers het laten even over de schouder te kijken om te zien hoe het de vroegere plaatsgenoten is vergaan na het opspitsen van hun Brabantse tuin? Volgens mij niet. De inwoners van Esch en Helvoirt worden niet met een lekkend kluitje in het riet gestuurd. Of zij worden in elk geval niet met de neus op dat bittere feit gedrukt. Dat kan natuurlijk ook. Een stukje compassie met mensen die ook maar de pech hadden tussen de grote raderen van het wereldgebeuren te vallen. Waarom zou je het er ook nog in staan te wrijven?

En dan zullen er ook wel Haarenaren zijn die proberen zich voor te stellen wat er nog meer in het vat zit. Zij lezen de berichten over een provider die toestemming heeft gekregen het aanleggen van glasvezelkabel te oefenen in Moergestel, een andere Oisterwijkse boulevard of broken dreams. Ooit zal het lukken die kabel in de grond te krijgen zonder de gasleidingen kapot te trekken, maar zover zijn de noeste werkers nog niet. Tot die tijd hebben zij het uitdrukkelijke verbod hun schep in Oisterwijkse bodem te zetten.

De inwoners van Haaren moeten nu niet denken dat ik leedvermaak heb. Ik vind het verschrikkelijk dat mijn woonplaats Oisterwijk heeft uitgepakt met een lekkende kiosk, een vage cultuurprijs en het vooruitzicht van de totale vernietiging in een gigantische vuurbal. Zo hoor je niet met nieuwe plaatsgenoten om te gaan. In Oisterwijk weten wij dat ook wel, maar niemand hier ziet kans het opstomende schip te keren.

‘Nu is het genoeg’, moeten de Haarenaren het Oisterwijkse gemeentebestuur toeroepen. ‘Blijf alsjeblieft weg met je bouwwerken die op de tekening al uit elkaar vallen. En kom straks niet aan met een dorpspomp om het Oisterwijkse gevoel nog wat aan te wakkeren. Gun ons een toekomst en vergeet gewoon dat wij bij Oisterwijk horen.’ Als alle inwoners van Haaren een lange menselijke ketting vormen, lukt het misschien op de valreep nog hun dierbare dorp voor de ondergang te redden. Anders is het te laat en komen beleidsambtenaren op het idee van een grote ringweg om het steeds drukkere verkeer uit het hart van de gemeente weg te houden. Dwars door Moergestel en dwars door Haaren. Ik wil niemand ongerust maken, maar de kabels voor het tellen van de aantallen auto’s liggen er al.

 

Roland Smulders