lezing goed oud worden

Column Roland Smulders: Gewoon een gedachte


Columnist Roland Smulders neemt u mee, een kijkje in zijn Oisterwijk:

 

Schrijver en columnist Roland Smulders (Foto: Iris de Groot)

 

De nieuwe dorpspomp in het centrum van mijn woonplaats Oisterwijk is dan uiteindelijk toch onthuld. Om niet het verwijt te krijgen dat ik eenkennig ben, heb ik de moeite genomen het ding te gaan bekijken. Mij deed het ding meer aan een gootsteen denken, maar vooruit. Misschien is dat wel handig om tijdens carnaval de glazen te spoelen. ‘Zullen wij vriendjes worden?’, heb ik gevraagd. Er volgde geen reactie van de kant van het arrogante ding. De bouwers hebben natuurlijk goed gezegd dat hij zich niet moest laten lijmen door een klein mannetje met een bril en te weinig haar. Met een intens gevoel van ‘dit gaat hem niet worden’ ben ik maar weer vertrokken.

Er hebben in het centrum van Oisterwijk vaker dorpspompen gestaan. De gedachte houdt mij bezig terwijl ik terug naar huis loop. Met veel liefde door plaatsgenoten opgetrokken bouwwerken, bedoeld om de kroon te plaatsen op wat nu de Parel in het Groen wordt genoemd. Het feit dat al die pompen ook weer zijn verdwenen, geeft te denken. Oisterwijkse bestuurders zijn het kennelijk ook heel snel beu de hele dag naar zo’n stenen kolom te moeten kijken en te hopen dat er inderdaad ooit bier uit begint te stromen.

Wat ik mij kan voorstellen, is dat zo’n bestuurder op een zeker moment met de afdeling Gemeentewerken heeft gebeld om te vragen of iemand zo vriendelijk wilde zijn het onwillige ding een handje te helpen door er in de traditie van Mozes met een stok op te slaan. Ik was er natuurlijk niet bij, maar omdat ik weet hoe Oisterwijkse hersenen werken, houd ik alle opties open. Toen het paardenmiddel niet bleek te werken, kwam al snel de opdracht het stukje grond waar de pomp stond terug te geven aan de natuur.

Met de pomp die er nu inclusief spoelbak en afdruiprek staat te pronken, zal het ook wel slecht aflopen. Er loopt een vernielzuchtig draadje door het weefsel van de Oisterwijker. Zodra ergens in de gemeente iets staat wat de moeite waard is, steekt het verlangen de kop op daar korte metten mee te maken. Ik zie het tafereel al voor mij, dat ik over enkele jaren getuige ben van twee Oisterwijkers die verward naar een kaal stukje gras staan te kijken. Hebben zij het allemaal slechts gedroomd, of stond daar eerder nog een fraaie dorpspomp die met veel mooie woorden was onthuld door een geroerde wethouder?

Na heel veel tevergeefs gestuurde brieven, zal blijken dat de restanten van de pomp zijn verenigd met de voorouders op de eeuwige jachtvelden van de gemeentewerf. Er liggen daar meer overblijfselen van gesloopte monumenten als het goed is. De balken van een oude villa bijvoorbeeld, die het veld moesten ruimen voor de inspirerende werkplek van de moderne ambtenaar. Het is niet zo dat de Oisterwijker oude spullen niet weet te waarderen. Na enige tijd bewonderend kijken dringt zich echter wel het besef aan ons op dat wij verder moeten. Krampachtig vasthouden aan dingen die vroeger nog een functie hadden, dat schiet nu eenmaal niet op. Het is, zoals ik al zei, gewoon een gedachte van mij tijdens het terug naar huis lopen.

 

Roland Smulders