lezing goed oud worden

Column Roland Smulders: Bedoeling van de regeling


Columnist Roland Smulders neemt u mee, een kijkje in zijn Oisterwijk:

 

Schrijver en columnist Roland Smulders (Foto: Iris de Groot)

 

Heel kort door de bocht is de systematiek verfrissend simpel. Het Rijk maakt geld over aan de gemeenten en de gemeenten geven dat weer door aan bedrijven die door corona in de problemen zijn gekomen. Er hangen natuurlijk allerlei voorwaarden en regels aan vast, maar in een notendop komt het hier wel op neer. Het feit dat gemeenten door de tekst van de regeling niet worden gedwongen het geld ook tot op de laatste cent door te geven, doet er niet aan af, dat het natuurlijk wel de bedoeling van de regeling is.

In mijn woonplaats Oisterwijk schijnt het gemeentebestuur een andere kijk op de zaak te hebben. Alvorens aan het helpen van getroffen ondernemers te beginnen, wordt eerst een kwart van het bedrag apart gezet als gemeentelijk appeltje voor de dorst. Volgens de wethouders van de centjes is dat namelijk ook de bedoeling van de regeling. Een uitleg waar ik mijn twijfels over heb. Het zal eerder zo zijn, dat de opstellers van de regeling te veel vertrouwen hadden in het goede van de mens. Daarom dachten zij dat het wel niet nodig zou zijn er een expliciet ‘blijf af met je tengels’ aan te wijden. Inmiddels zal het besef wel zijn ingedaald, mag ik hopen.

Binnenkort zal het gemeentebestuur van mijn woonplaats wel komen met een mooi plan om al die voor de neus van de ondernemers weggegraaide centen aan op te maken. In dat opzicht delen het gemeentebestuur en ik een twijfelachtige eigenschap: je kunt ons maar beter geen zak met geld geven, want dan zie je er alleen de zak van terug. Verder vallen wij echter reuze mee. Tenminste dat hoop ik dan maar. Mocht iemand er wat mijn persoon betreft anders over denken, dan wil ik het ook niet weten.

Alles wat er de laatste tijd in mijn woonplaats gebeurt, staat in het teken van het paaien van de bewoners van het onlangs in bezit genomen dorp Haaren. ‘Kijk eens hoeveel wij allemaal van jullie houden’, is de boodschap en dat houden van mag een paar centen kosten. Zeker als die centen niet uit eigen zak betaald hoeven te worden, maar zojuist werden overgemaakt om de nood van getroffen ondernemers te lenigen. Die ondernemers zullen ook wel van de inwoners van Haaren houden, moet de betreffende wethouder hebben gedacht. Natuurlijk gunnen die ondernemers de inwoners van Haaren een mooie kiosk, een veilige oversteekplaats en een werkende riolering.

Misschien zal er voor de verandering sprake zijn van enig vooruitziend vermogen. Dat schijnt soms voor te komen. Ik gebruik deze gelegenheid maar even voor het fantaseren uit de losse pols. Een wakkere beleidsambtenaar koppelt tijdens het nuttigen van zijn of haar kopje koffie de aanwezigheid van Haaren, de noodzaak ergens Sinterklaas met zijn Pieten te ontvangen en de vondst van het potje met geld aan elkaar, om het wel een goed idee te vinden voor de zwaaiende en zingende kindertjes een tribune langs de Rijksweg N65 aan te leggen. Dan kan de oude baas met eigen ogen zien dat Oisterwijk het cadeau al heeft gehad.

 

Roland Smulders