bosch car service

55 jaar carnaval in Oisterwijks Döllekesgat


Carnaval is veel ouder, maar het zou afgelopen jaar de 55-ste keer zijn dat er in Oisterwijk carnaval werd gevierd onder de naam ‘Döllekesgat’, ware het niet dat het grootse carnavalsfeest vanwege corona niet werd gevierd. Komend jaar is de naam Döllekesgat 55 jaar terug bedacht door de toen nieuw opgerichte Stichting Openbaar Karnaval (SOK). Vijf keer het zotte getal 11, met tussentijds enkele wisseling van organisatie, bleef de naam Döllekesgat al die jaren bestaan.  Met behulp van dorpshistoricus Ad van den Oord, hier een stukje geschiedenis, hetgeen eveneens terug te vinden is in het boek ‘Oisterwijk, een geschiedenis van meer dan 800 jaar’.

Henk Dekkers (1932-2020) beginjaren ’60 tijdens carnaval bij de handbal, samen met zijn geliefde. Hij zou later grootvorst worden van De Zotte Mulders.

Carnaval

Carnaval was een feest van veranderlijkheid en vernieuwing gericht tegen de hiërarchie van de standen. En dus waren de jaren zestig een gunstige voedingsbodem om carnaval, dat in Oisterwijk slechts in beslotenheid gevierd mocht worden, op straat te krijgen. In 1962 deelde groepscommandant der Rijkspolitie A. van Uden nog mede dat er tijdens de carnaval een verbod gold om zich gemaskerd, vermomd of onherkenbaar op straat te begeven. Ook kleding ‘van de andere kunne’ of van een geestelijke of religieuze was niet toegestaan. De cafés mochten tot 1.00 uur open zijn, dansen was toegestaan tot 24.00 uur. Oisterwijk kende in 1960 al zes carnavalsverenigingen waaronder De Zotte Garde uit 1936 (café Jan van Doleweerd), De Knolraop, begonnen in 1959 als Ons Kiske (café Adriaen Poirters), ’t Is toch zo (café het Oude Nest), De Dubbel Elf en een carnavalsvereniging die thuis was in café De Oude Vos. Opvallend was dat in de Raad van Elf van De Knolraop ook een vrouw zat: Mien Bekkers. En er bestond al tenminste één dweilorkest: boerenkapel De Dorstvlegels (1959).

Openbaar

Een poging van de eerste Oisterwijkse carnavalsvereniging De Zotte Garde om openbaar carnaval in Oisterwijk te introduceren liep in oktober 1960 nog op niets uit. De Knolraop (in 1960 72 leden) richtte een jongerencarnavalsvereniging op (’t Redèske) en kastelein Janus Puts spande zich met andere leden in om een openbare jeugdcarnavalsoptocht te organiseren. Op 12 februari 1961 trokken 83 deelnemertjes door het dorp. De eerste jeugdprins was Pias I (Hans Puts). Er was een chronisch gebrek aan geld voor het jeugdcarnaval. Daarop werd besloten zogenaamde ‘Sok-ophouders’ (donateurs) te gaan werven.

Officieel

In 1965 was er een nieuwe doorbraak in de openbare carnavalsviering. De jeugdprins werd voor het eerst officieel op het gemeentehuis ontvangen. Het aantal deelnemers aan de jeugdcarnavalsoptocht was inmiddels gegroeid naar 700. In 1967 volgde dan uiteindelijk de oprichting van de Stichting Openbaar Karnaval (SOK). Om onenigheid tussen de verschillende carnavalsverenigingen en buurten te voorkomen werd de eerste SOK-prins uit Tilburg gehaald: Miel de Charro, directeur van een bouwmaterialenbedrijf. De Raad van Elf bestond voornamelijk uit middenstanders uit de Dorpsstraat. Wethouder Jan Wolfs werd voorzitter van de SOK.

D'n dol, hij moet omhoog, anders geen carnaval in Oisterwijk; niet te zien, maar wel gelukt, hij hangt aan top, de top van het raadhuis van Dölleksgat.

D’n dol gaat nog ieder jaar de lucht in (Foto: Joris van der Pijll)

Döllekesgat

Het oude carnavalssymbool (‘Manus van den Blauwe sloot’) zou vervangen worden door het wapen van de SOK: een mastendol (dennenappel) geflankeerd door twee eekhoorns, ontworpen door Karin van de Berg. Oisterwijk heette tijdens de carnavalsdagen voortaan Döllekesgat. De Raad van Elf droeg naar Duits voorbeeld zwarte rokkostuums, die handmatig bij de oosterburen vervaardigd werden. Bewerkelijk en dus ook vrij kostbaar. Jongerenorganisatie Trappaf had sinds 1966 ook een carnavalsafdeling, maar prins Wim Rooth (schoenmaker van beroep) kon zich de weelde van een duur pak niet veroorloven en trok het trouwpak van zijn vader aan. De Raad van Elf van Trappaf leende jacquets. Terwijl de SOK bij het einde van carnaval de dol verbrandde, speelde Trappaf meer met de autoriteit van het gezag. De prins werd na afloop van carnaval symbolisch begraven of zelfs onthoofd. In 1968 kwam het verzet tegen autoriteiten ook in beeld in de SOK-optocht met ‘de begrafenis der KVP’ en de ‘NVSH-groep’. Het laatste was een verwijzing naar de Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming, waar geboortebeperkende middelen zoals de pil en condooms verkrijgbaar waren.

Den Boogaard

In het huidige logo van Stichting Döllekesgat, zien we nog steeds de twee eekhoorns met en mastendol, een dennenappel.

De Oisterwijkse jeugd was niet erg gecharmeerd door het plaatselijke carnaval. Begin 1968 werden de leerlingen van de ULO gevraagd naar hun mening. Peter Veltman vond het te tam: ‘Carnaval is drie dagen lol, leut en mooie meiden. In Oisterwijk zal het wel, zoals elk jaar, niet veel soeps zijn, want de politie steekt er wel een stokje voor. Maar we zullen de schade op tweede carnavalsdag in Den Bosch wel even in halen. Daar kun je tenminste hossen, maar in Oisterwijk mag je nog niet eens in de bomen klimmen om de stoet te zien’. De meeste leerlingen keken jaloers naar Moergestel waar in Den Boogaard met carnaval een Belgische zangeres optrad. Ad van Zundert pleitte er daarom voor om met carnaval ook in Oisterwijk een beatgroep uit te nodigen. En dan waren er ook nog enkele alternatievelingen die niks met carnaval hadden. Leerling Hans Naaijkens: ‘Ik vind het een grote troep en het kost me te veel geld. Het is allemaal reclame en daar geef ik niets om’.

De kerkdienst met carnaval zou er later toch komen, nog ieder jaar een traditie (Foto: Joris van der Pijll).

Carnavalsmis

In 1972 bedachten pastoor Harry Dumoulin van de Markusparochie en stadsprins Thom van Rooij een nieuwigheid: de stadsprins zou de preek in de kerk houden. Het plan lekte uit naar de pers en deken J. Verheijen liet onmiddellijk weten dat hij persoonlijk zoiets nooit zou doen. Op instigatie van de bisschop, de preek zou tegelijkertijd gehouden worden met de inwijding van de conservatieve Limburgse bisschop J. Gijsen, werd op het allerlaatste moment van het plan afgezien. Wel incasseerde pastoor Dumoulin de toegezegde fl. 111,11 van de SOK. Dat leidde weer tot een pissige reactie in het Kerkklokje van Diana van Roessel (‘Geld stinkt niet’) en een voorspelbare boze reactie daarop van het kerkbestuur van de Markusparochie. Ook na de jaren zestig waren er blijkbaar nog grenzen in Oisterwijk aan wat wel en niet kon tijdens carnaval…

 

Klik en lees hier alle berichten over carnaval in onze dorpen!