koopzondag

Vergeten of was er bewust geen aandacht voor de LHBTI-gemeenschap in Regenboog Gemeente Oisterwijk?


‘Vergeten’ zo was de reactie van de gemeente aan Rob Mallens van coalitiepartij de VVD. ‘Vergeten is echt dikke onzin,’ maakt Inge van Beers ervan; zei is van oppositiepartij AB. Beide raadsleden zijn teleurgesteld in de gemeente, en waren het in ieder geval wel eens dat ze die teleurstelling formeel moesten richten aan het college (Burgemeester en wethouders).

Zonder dat vooraf te controleren, ging de VVD er 11 oktober van uit dat de regenboogvlag op het gemeentehuis zou wapperen. Daarover werd door hen een Facebookbericht geplaatst. Achteraf bleek dat niet het geval, en heeft de partij hun bericht aangepast. Gevolgd door eerst informele en nu formele schriftelijke vragen aan het college. ‘Onderschrijft het huidige college het Regenboogbeleid?’ Informeel werd er door de woordvoerder namens wethouder Dion Dankers geantwoord met ‘vergeten’. Formeel wachten de antwoorden, die te doen gebruikelijk na een week of zes volgen.

Gemeente Oisterwijk toonde in 2020 wel haar Regenboogvlag (Foto: Gemeente Oisterwijk)

Inge van Beers (AB), medestander voor ruim aandacht voor de LHBTI-gemeenschap, had de regenboogvlag 11 oktober thuis aan de gevel hangen. Zij ondertekende de vragen aan het college samen met Rob Mallens (VVD). Ze willen dat de aandacht blijft, middels het tonen van de regenboogvlag, en het plaatsen van berichten op de gemeentelijke media.

Sinds 2019 is Oisterwijk 1 van de circa 75 regenbooggemeentes in Nederland. Met de ondertekening van de intentieverklaring Regenboogbeleid, conformeert onze gemeente zich aan de afspraken om actief en zichtbaar de veiligheid, weerbaarheid en sociale acceptatie van onze LHBTI-inwoners te bevorderen. In de ‘Aanpak Regenbooggemeente 2020-2022’ zijn de kaders voor dit beleid beschreven. Onder andere dat 17 mei, 11 oktober en de 2e vrijdag in december de regenboogvlag uitgehangen wordt. ‘Waarom is de vlag dit jaar op deze data niet uitgehangen? Waar andere gemeentes de acceptatie juist zichtbaar uitdragen, lijkt deze in Oisterwijk nu weer ‘in de kast’ te zijn verdwenen.’