glasvezel

Wim de Bakker over monument Het Oudste Huis van Oisterwijk


De Open Monumentendag is dit jaar beperkt in mogelijkheden vanwege de corona-maatregelen. Als alternatief volgt deze weken een serie artikelen over lokale monumenten, met aan het woord een betrokken persoon over ’zijn of haar’ monument. Deze week vertelt Wim de Bakker over zijn ouderlijk huis:

Het Oudste huis van Oisterwijk.

Het Oudste Huis van Oisterwijk

Je geboortehuis heeft voor ieder een bepaalde gevoelswaarde. Zeker als dit huis al lang in de familie is en al eeuwen getrotseerd heeft. Aan de noordkant van de Kerkstraat staat, naar een muuranker midden op de voorgevel te oordelen, een huis uit 1633. Het is tijdens de tweede helft van de 80-jarige Oorlog gebouwd door de aan de Petruskerk verbonden priester heer Goyaart Henriks van Gorcum. In die tijd waren er meerdere priesters aan die kerk verbonden met ieder een eigen altaar. Ze vormden een college van altaristen die dagelijks op vaste tijden gebedsdiensten, getijden, hielden, zoals dat nu nog in kloosters gebeurt. Dit college was een soort kapittel, al kreeg het hier niet die naam. Heer Goyaart bediende in de Petrus-kerk het altaar van de heilige Dymphna. Toen na de Vrede van Munster (1648) het noordelijk deel van het hertogdom Brabant bij de nieuw ontstane republiek der Verenigde Nederlanden ging horen, werd het geen apart gewest maar een wingewest, rechtstreeks onderhorig aan de Staten Generaal in Den Haag. Priesters werden niet getolereerd en heer Goyaart moest de wijk nemen naar Megen, een enclave aan de Maas, waar de protestantse regels niet golden. Daar is hij overleden. Zijn erfgenamen verhuurden dit huis aan de nieuwe protestantse schout Johan Blankaart, de vertegenwoordiger van de Staat (zoals nu de burgemeester).

Oud kiekje van de achterkant met links de meubelmakerij, rechts de wagenmakerij.

Voorhuis

Het voorhuis met typische trapgevel aan de Kerkstraat is onderkelderd met een mooi tongewelf. Het telt drie verdiepingen en staat met zijn kopse kant aan de straat. Het achterhuis ligt wat lager en het zou me niet verwonderen dat dit rond 1633 van een nieuw onderkelderd voorhuis is voorzien. Dat achterhuis zou dus nog ouder kunnen zijn. In het huis zit een eiken gebint, dikke moerbalken en dunnere ribben. Midden in het huis zit een groot rookkanaal of schoorsteen waardoor op verschillende plaatsen gestookt kon worden en naar het schijnt ook vlees gerookt. Ook heeft het deuren in elke gevel. Er schijnen in de 19-de eeuw meerdere gezinnen gewoond te hebben.

In 1769 koopt notaris en procureur Antonie Glavimans het huis. In de koopakte wordt het huis dan De Brouwkuip genoemd. Dus mogelijk is het tevoren als brouwerij gebruikt. In de Franse Tijd komt het in handen van Jacobus Josephus Desmalines (van Mechelen) een medisch doctor. Van hem koopt het Martinus Zwerts of Zweerts, wiens vader dan in het wat naar achter liggende westelijke zijhuisje gaat wonen.

Familie

In 1871 komt het in handen van timmerman Marinus de Bakker. Zijn zoon Piet de Bakker is wagenmaker en heeft achter dit huis zijn ‘werkwinkel’ waar hij hoog- en laagkarren vervaardigd, maar ook later dorsmachines en doodskisten. Zijn zoon zag aankomen dat in het begin van de 20-ste eeuw hier de kost niet meer mee te verdienen zou zijn en kreeg een opleiding tot meubelmaker. Dat verfijnde deze Rien de Bakker, mijn vader, tot het restaureren van antieke meubelen in een nog altijd bestaande nieuwe ‘werkwinkel’.  De oude is intussen afgebroken. Mijn moeder bestierde de winkel waar naast meubels ook allerlei religieuze zaken verkocht werden, rozenkransen, kerkboeken, scapuliermedailles met kettinkjes en heiligenbeelden. Mijn jongste zus en haar man Peter Vugs hebben de antiekhandel nog jaren voortgezet, tot de mode ook hier een eind aan maakte. Hun zoon maakte van de winkel weer een gesloten huis, nadat het een eeuw lang winkel-woonhuis was.

Pareltje

Dat dit huis nog altijd een van de pareltjes van Oisterwijk genoemd mag worden danken we aan de Oisterwijkse belastingontvanger Jan Rypperda (1828-1910), een kleinzoon van de laatste secretaris van de vrijheid Oisterwijk. Hij woonde op de Lind in wat later sigarenmagazijn Aarts en nu een Japans restaurant is. Zijn grootvader woonde hier tegenover in de Drie Zwaantjes, later de woning van zijn familielid kantonrechter Abraham de Balbian Verster.

Toen hij in 1908 zijn 80-ste verjaardag vierde, bracht zijn familie- en vriendenkring als cadeau een bedrag bijeen om hiermee de restauratie mogelijk te maken. Ook werd toen een gedrukte oorkonde gemaakt met in de beginhoofdletter een tekening van Het Oudste Huis. Het huis werd bovendien kort daarna een van de eerste Oisterwijkse rijksmonumenten. De tekeningen van die restauratie worden nog altijd bij de Rijksdienst voor  het Cultureel Erfgoed bewaard en staan tegenwoordig op internet. Het huis is later nog enkele malen onderhanden genomen, waardoor het nu nog altijd als een pareltje glimt.

Wim de Bakker

Wim de Bakker

Wim de Bakker (1943), al jaren lid van de Oisterwijkse Monumentencommissie, adviseur bij het Comité Open Monumentendag en redacteur van het heemkundeblad ‘De Kleine Meijerij’ Hij was onderwijzer te Hilvarenbeek en is amateurhistoricus. Onderscheiden met de Monumentenprijs van Oisterwijk in 2008 en de Knippenbergpenning in 2016. Heeft jarenlang de geschiedenis van Oisterwijk onderzocht met mr. Gerard Berkelmans en beheert de website devrijheidoisterwijk.nl waarop de resultaten hiervan staan. Ook werkte hij mee aan een aantal boeken met als omvattendste: Oisterwijk, een geschiedenis van meer dan 800 jaar.