banner

Gaat de politieke innovatie van Oisterwijk door de versnipperaar?


Tweeëneenhalf jaar politieke innovatie; geen coalitieakkoord maar een bijna- raadsbreed programma. Bijna, dat is niet helemaal. Was het een succes of maakt de politiek er dit najaar een eind aan?

door Inge Dekker – PIT Onderzoek

Na de verkiezingen van 2018 werd door de partijen afgesproken om met een raadsbreed akkoord te gaan werken in plaats van het gebruikelijke coalitieakkoord (vooraf vastgesteld principeakkoord tussen met elkaar samenwerkende partijen). Op het nippertje haakte de VVD af. Dat hield de start van deze politieke innovatie niet tegen.

Onvolledig

Uit de reacties van de partijen en onze waarnemingen blijkt dat deze politieke vernieuwing niet volledig werd ondersteund. Scepsis in de media; de VVD en individuele politici namen er afstand van. Het zou onder meer besluiteloosheid en financiële tekorten in de hand werken.

Daarnaast werd één element niet meegenomen in de innovatie: het aannemen van partij-onafhankelijke ofwel beroepswethouders. Dat was nog een brug te ver. De raad stelde – zoals gebruikelijk – wethouders aan afkomstig uit de drie grootste partijen. Volgens critici verschoof daardoor de coalitie naar het college (burgemeester en wethouders). Juist terwijl coalitievorming (met elkaar samenwerkende partijen) niet de bedoeling is van deze politieke vernieuwing.

Succes?

Wel konden partijen goed bij hun partijprogramma (verkiezingsbelofte) blijven. Er waren wisselende meerderheden en bijzondere combinaties van partijen die het eens waren over bepaalde besluiten; er ontstond geen ‘schijn coalitie’. Ook konden partijen inspelen op nieuwe behoeftes van de Oisterwijkse inwoners, omdat niet alles vooraf werd vastgelegd in een coalitieakkoord.

Anne Cristien Spekle-Hooghart , fractievoorzitter van de VVD, zei ‘nee’ tegen het (daarmee dus niet) raadsbrede akkoord (Foto: Chris van den Bijgaart).

Uit onderzoek van onze redactie naar het resultaat van de raad, blijkt dat de daadkracht en controlerende functie van de raad ook door henzelf als beperkt is ervaren. Dat dit kan worden toegekend aan deze proef valt te betwijfelen. De ontwikkeling van De Leye ligt bijvoorbeeld al veel langer stil. Bovendien zijn de raadsleden en hun partijen zelf verantwoordelijk voor het maken van daadkrachtige keuzes en het controleren van de uitvoering. Dat kan niet allemaal afgeschoven worden op deze politieke vernieuwing.

Om dergelijke innovatie succesvol te toetsen, zouden alle partijen mee moeten doen en het concept volledig naleven, inclusief een college van beroepswethouders. Want als een proef niet volledig wordt uitgevoerd en niet iedereen er voor gaat, is een definitieve conclusie over het succes daarvan eigenlijk onmogelijk.

En nu?

Wat van belang is, is dat de kiezer weet welk standpunt een partij inneemt alvorens een keuze te maken: VVD zegt ‘nee’, PGB gaat er voor, PrO stelt duidelijke voorwaarden en van D66 hoeft het niet. AB en CDA wachten de verkiezingsuitslag af. Begin november volgt de Oisterwijkse Rekenkamer nog met de uitkomsten van hun evaluatie.

Logisch zou zijn, als we terugkijken naar de afgelopen raadsperiode, dat als de raad opnieuw kiest voor een dergelijk innovatief concept, ze dat alleen doen in volledige uitvoering.

Reacties zijn welkom via info@pitonderzoek.nl

Partijen over politiek innovatie

CDA: “In het begin van onze raadsperiode hebben wij het als zeer positief ervaren. Partijen zochten elkaar op (…) en vaak konden partijen elkaar vinden, om het besluit te maken. Wij vinden het nu nog te vroeg om aan te geven of wij een raadsbreed akkoord willen. Dit ligt geheel aan de uitslagen en de gesprekken die na de verkiezingen plaatsvinden.”

AB: “AB staat positief tegenover het raadsbreed akkoord. Vanaf 2018 heeft AB veel van haar doelen uit het verkiezingsprogramma weten te realiseren middels het raadsbreed akkoord (…) Dit wil niet zeggen dat AB nooit terug gaat naar coalitie-oppositie. Ook hier staat AB voor open. De passende keuze hierin kan pas na de verkiezingen worden genomen in overleg met onze politieke collega’s.”

D66: “Ik vind het eigenlijk onzin. Je maakt het voor de kiezer onduidelijker en omdat het een samenwerking is, is men minder snel kritisch. Daarbij levert het een akkoord zonder vuurwerk. Juist de macht en tegenmacht zijn heel erg belangrijk voor een gezond bestuur. Dat de oppositie dan buiten spel zou staan, hangt ook af van de professionaliteit van de raadsleden.”

PRO: “PRO wil komende raadsperiode alleen met een raadsbreed akkoord werken als iedere partij het akkoord ondertekent. Daarnaast wil PRO ook wethouders die solliciteren en niet partijgebonden zijn. We vinden twee jaar een korte periode om een goed oordeel te kunnen geven over het raadsbreed akkoord, we zien zowel de negatieve als de positieve kanten ervan in.

PGB: “Wij denken (nog steeds) dat dit het meest recht doet aan het democratisch gehalte van de gemeenteraad. Er worden immers niet vooraf ‘dealtjes’ gesloten. Daardoor kan elke partij vanuit zijn eigen gedachtegoed acteren in de raad, hetgeen kan leiden tot wisselende meerderheden. Elke partij kan dus volwaardig meedoen en de inhoud is leidend.“

VVD: “Wij zijn van mening dat een oppositie en coalitie de balans in de democratie in stand houdt. Eigenheid en verschillende visies zijn juist de kracht van de democratie. Het recept voor een betere verhouding tussen coalitie en oppositie ligt in het zoeken naar meer wederzijds respect voor elkaars gerechtvaardigde standpunten en niet in het afschaffen van het coalitiemodel.”

Partij WIJ! heeft niet gereageerd.