banner

Het duurt te lang!


Moddergooien lijkt nog geen verledentijd en langdurige besluitvorming maakt mensen ongeduldig. Voor het verstevigen van de lokale democratie koos de raad in 2018 voor politieke innovatie; die vernieuwing komt nog niet volledig tot haar recht. Sinds februari volg ik de politiek in Oisterwijk en heb ik me verdiept in de principes van ‘het nieuwe werken’.

door Inge Dekker – PIT Onderzoek

Nog voor de verkiezingen van 2018 kwamen Stefanie Vulders en Christel Heus-Koek een bijzonder idee tegen: het loslaten van het coalitie-oppositie denken. Dat gebeurde tijdens een bijeenkomst van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Samen met een raadswerkgroep en de griffier onderzochten zij vervolgens hoe dat in andere gemeenten ging. Toen PGB de verkiezingen won, haakte zij hierop in en stelde een raadsbreed akkoord voor: alle partijen samen stelden aandachtpunten op voor de komende raadsperiode. De VVD ondertekende het akkoord niet. Verspreid over de raadsperiode kwamen deze aandachtspunten aan bod en ontstonden er wisselende meerderheden over oplossingen en beleid.

Ondanks de beoogde voordelen is ‘het nieuwe werken’ niet alleen maar leuk. Afgelopen vijf maanden volgde ik hoe het de politiek verging en twee dilemma’s vielen op: kritiek en besluitvaardigheid.

Kritiek
‘Op de man spelen’ is een voetbaluitspraak. In plaats van een tackel op de bal, tackelt iemand op de man. Dat zou je ook kunnen vertalen naar de politiek, waar inhoudelijke argumenten worden afgewisseld met kritiek op de persoon of partij. Het raadsprogramma van 2018-2020 speelt hier op in met omgangsafspraken: “dat we op een andere manier met elkaar om willen gaan. Dat vergt vooral respect voor en vertrouwen in elkaar.” De vraag is, als we uitgaan van vertrouwen, is er dan nog ruimte voor kritiek?

Op de bal
De nu wisselende meerderheden zorgen voor wisselende verantwoordelijkheden. De vaste rol van een coalitie (samenwerkende regerende meerderheid) is verdwenen en daarmee vervalt ook een vaste groep die samenwerkt, compromissen sluit en voornamelijk verantwoordelijk is voor de genomen besluiten. De rol van oppositie (partijen tegen de regerende meerderheid) om stevige kritiek te leveren was duidelijk. Nu is er door de wisselende meerderheden, een wisselende verantwoordelijkheid en kan dus niemand verantwoordelijk gehouden worden op een overkoepelend probleem, zoals de financiën. Want wie is daar nu verantwoordelijk voor?

Rien Fraanje – secretaris-directeur bij de Raad voor het Openbaar Bestuur (adviesorgaan voor de overheid) – benadrukt dat het raadsbrede akkoord een interessante en waardevolle democratische vernieuwing is. Bijvoorbeeld omdat de raad onafhankelijk van het college kan agenderen. Soms kan het op lokaal niveau wel zoeken zijn naar een balans tussen samenwerking en kritiek: “Het is goed als er ruimte is voor politieke verschillen. Inwoners moeten kunnen zien dat partijen het met elkaar oneens zijn en dat er uiteindelijk ‘pacificatie’ plaats vindt; we leggen ons neer bij het oneens zijn. Maar als je aan de voorkant eigenlijk al als gemeenteraad zegt, er is geen verschil meer en we vinden allemaal dat dit moet gebeuren, hoe ben je nog scherp in je debatten?” Ook de Oisterwijkse raad worstelt hier mee, maar inhoudelijk kritische geluiden zijn zeker hoorbaar.

Op de man
Sommige kritische geluiden spelen op de man. Tackelen op de man is onderdeel van het voetbalspel, maar wordt niet altijd gewaardeerd. Zo ook in de Oisterwijkse raad: Het debat wordt zo nu en dan gevoerd met trappen na en steken onder water. Terwijl de afspraak in het raadsprogramma luidt: “het politieke debat vindt plaats in de gemeenteraad, op basis van inhoudelijke standpunten en met een open houding.” Rondom die afspraken zien we al wat scheurtjes ontstaan in zowel de raadsvergaderingen als in de (sociale) media. Zou dat komen omdat partijen zich extra willen onderscheiden van elkaar?

De raad zoals die in 2018 werd gekozen en besloot over te gaan op het ‘nieuwe werken’  (Foto: Masja Vlaminckx).

Het op de man spelen resulteert vervolgens in commentaar van de een, op de gedraging van de ander. Dat is belangrijk, want je maakt omgangsafspraken niet voor niks. Maar het gaat geregeld ten koste van de tijd en focus op het inhoudelijke debat. Tegelijkertijd kunnen we niet ontkennen dat politiek een emotionele en persoonlijke aangelegenheid is waar idealen en belangen verdedigd en afgewogen worden. Daarnaast: zou het zonder dat moddergooien ook niet een beetje saai worden?

Besluitvaardigheid
Een andere observatie is een gemis aan besluitvaardigheid. Het ‘nieuwe werken’ lijkt dat in de hand te werken, maar is dat erg? Een sterke coalitie-college verhouding vormt normaalgesproken een duidelijke visie en een daadkrachtig bestuur. Het nadelig effect is dat de oppositie buitenspel kan komen te staan, en de raad niet altijd haar controlerende rol op het college goed vervult. Met de oppositie buiten spel, bestaande uit gekozen vertegenwoordigers, is er geen vertegenwoordiging van alle kiezers.

De oppositie serieus nemen kan ook handig zijn, want misschien heeft de minderheid juist de perfecte oplossing waar de meerderheid nog niet aan had gedacht. Met alle belangen in beeld kan de raad een betere afweging maken. Betere besluitvorming heeft als voordeel dat er achteraf minder gerepareerd hoeft te worden.

De tragere besluitvorming wordt overigens onderkent. ‘Democratie is niet per se efficiënt, want er zijn vele belangen, die soms tegenstrijdig zijn. Een zorgvuldige afweging heeft tijd nodig, maar dat is juist goed. Wel zijn we bezig met bijvoorbeeld procesafspraken om de besluitvaardigheid te bevorderen, met waarborging van de nieuwe democratische verbeteringen,’ stelt griffier Daniëlle Robijns.

Geduld
Net als bij het invoeren van het dualisme (scheiding partijpolitiek en uitvoerde wethouders) heeft het raadsbreed werken tijd nodig om tot wasdom te komen. Zo bevestigt voormalig griffier Nelleke van wijk, 15 jaar werkzaam bij gemeente Oisterwijk: “Achttien jaar geleden werd het dualisme geïntroduceerd. Daarvoor waren wethouders nog onderdeel van de partij, zelfs na hun aanstelling. Dat is niet mislukt. Het is een mooie verandering. Maar soms vervallen mensen in het oude denken.” Ze vervolgt: “het hangt uiteindelijk toch af van degene die er zitten en hoe ze er mee omgaan, maar het lijkt wel echt beter te gaan.”

Ook politiek adviseur Ton Dijkmans bevestigt dat er meer tijd nodig is: “Je hebt het over een mentaliteitsverandering. Dat krijg je niet zo gemakkelijk naar een ander werkmodel. Meestal duurt het 1 of 2 raadsperiodes om het coalitie-oppositie denken los te laten. Raadsleden hebben de neiging om terug te zakken in het ‘wij’ ‘zij’ denken.”

Na de aankomende verkiezingen besluit de nieuwe raad over het al of niet voortzetten van het ‘nieuwe werken’ en of er een raadsbreed programma komt. De vraag is of de inwoners van Oisterwijk voldoende vertrouwen en geduld hebben om dit veranderingsproces een kans te geven.

Reacties zijn welkom via info@pitonderzoek.nl