banner

Henny liet zichzelf opsluiten om de zorg te waarborgen


Vrijdagmorgen 20 maart: personeel loopt in en uit, maar bezoekers en ook alle externe mantelzorgers en dienstverleners worden aan de deur geweigerd. Verzorgingshuis Stanislaus in Moergestel gaat zoals velen in die periode ‘op slot’. De Oisterwijkse Henny van Herck ondersteunt aldaar een echtpaar, en ook zij kwam er als ‘extern medewerker’ niet meer in.

‘Dan regel ik hier wel een bed, ik ga niet meer naar huis!’

‘Ik stond binnen in de hal en kreeg te horen dat ik niet verder mocht. Voor alles zou zorg worden geregeld, ook voor de hond.’ Henny zorgt voor een echtpaar met een hond. Meneer is geopereerd en kan niet lopen; mevrouw heeft Alzheimer. Onmogelijk voor Henny, dat ze deze mensen in deze zware tijd alleen zou laten. ‘Dat ging er bij mij niet in dus zei ik: “dan blijf ik hier!” Henny liet de verantwoordelijke enigszins verward afvragen wat ze bedoelde, maar stellig antwoordde ze: “Dan regel ik wel een bed hier en ga niet meer naar huis.” Na een korte uitleg, en de overtuiging dat Henny inderdaad intern zou blijven, kwam het verlossende woord: “Doe dan je jas maar uit, dan hoor je bij ons en ben je geen vijand meer.”

Genieten van de aardbeien, een glaasje, en het gezelschap.

Noodbed

Volgens Henny was ze niet de enige: ‘Een zoon die zijn vader kwam bezoeken liep zelfs na een herhaalde waarschuwing door. “Echt niet” zei hij, “ik ga dagelijks naar mijn vader die zoals jullie weten heel erg ziek is.” Zelf besloot ik na overleg met het echtpaar een noodbed te zoeken. Dat werd meteen ter beschikking gesteld en de mantelzorgers gingen mijn persoonlijke spullen en beddengoed thuis ophalen. Na enkele dagen werd er ook nog een matras geregeld voor op het noodbed, dat ik zo iedere avond rond 22.00 uur in de keuken opzette om het de volgende ochtend om 7.00 uur weer op te ruimen. Mevrouw was gerustgesteld, omdat ze een eigen toilet had in de badkamer.’ Drie volwassenen en 1 hond op 70 m2, vrijwillig opgesloten, maar voor hoelang wist niemand. ‘De enige zekerheid die ik had was dat ik in ieders geval altijd naar huis mocht, maar niet meer naar binnen.’

Bijzonder
Het situatie was niet alleen bijzonder, maar ook haar ervaringen waren dat. ‘Niet dat het altijd meeviel, zeker omdat ik al ruim 25 jaar alleen woon, maar ook het leven binnen een verzorgingshuis niet in die mate ken. Het echtpaar zelf woonde er ook pas sinds november. Ik liep mee in hun dagelijkse ritme en verzorgde de huishoudelijke taken en had oog voor de totale mens. Thebe kwam dagelijks voor de wondverzorging van meneer en de persoonlijke verzorging van mevrouw. Corona ging eigenlijk wat langs ons heen, maar we volgden wel het nieuws erover. Ik was ook extra alert op hygiëne in huis. De mantelzorgers kwamen iedere week alles brengen wat we nodig hadden op de vaste boodschapbezorgdagen, want binnen komen mochten ze niet. Ook geen kapsters, pedicures, poetshulpen of zzp’ers.’

Onduidelijk
‘Ik mocht dus niet naar huis zoals het personeel, zelfs niet na de 1e versoepeling. Na een uitgebreid tweede verzoek, waarbij ook de begroting van mijn 24-uurs zorg voorgelegd werd, kreeg ik op 26 mei dispensatie om naar huis te gaan om vervolgens dagelijks eenmaal het appartement te bezoeken voor de benodigde werkzaamheden. Wat een opluchting.’ Duidelijk is dat het voor iedereen een lastige tijd was, maar zeker ook met veel mooie momenten. ‘Ik heb ontzettend leuke contacten met de medebewoners opgebouwd met gezellige momenten op de gang, veelal als ik met de hond ging wandelen. Iedereen was rustig en relativeerde in het begin. Maar naarmate de tijd verstreek ontstonden er ook irritaties, omdat er uitzonderingen op de regels waren en de onduidelijkheid daaromheen. Op de begane grond bijvoorbeeld werd zeker bij mooi weer bezoek ontvangen via de tuin van de eigen woningen.’

Creatief

Muzikanten, zelf op ruime afstand van elkaar, maken muziek voor de ouderen bij Stanislaus in Moergestel (Foto: Henny van Herck)

Tijdens haar verblijf stuurde Henny soms ook een foto naar de lokale media, om de inwoners buiten een kijkje te geven in met name de creatieve oplossingen voor contact met de buitenwereld. ‘Verjaardagen werden met creatieve en ludieke ideeën toch in de aandacht geplaatst. De lokale media die ik af en toe op de hoogte stelde gaf duidelijk meerwaarde. Het voelde als een doorbraak in contact met “buiten” maar confronteerde gelijk ook met het afgesloten zijn. Een golf van emotie raakte mij bij het horen en zien van een muziekband, alleen al om het feit dat de reden zo vreemd overkwam. Goed bedoeld maar “och gerrum, omdat wij opgesloten zouden zitten”. Iedereen genoot, waardeerde het en het gevoel van verbinding groeide. De reacties op social media op de berichten lieten mij ook zien hoe enorm de familie deze inkijk waardeerde. De tekeningen van schoolkinderen, de bloemen en niet te vergeten de aardbeien voor heel het huis. De media aandacht kreeg hier wel een keerzijde, de gulle gever werd vanuit de wijde omtrek platgebeld voor gratis leveringen. Dat was minder en daar zijn mijn berichtgevingen dan ook gestopt. Er werd nog steeds liefdevol gegeven en de erkenning was er niet minder om, laat dat duidelijk zijn.’

Alsnog gediplomeerd
Henny slaapt sinds een aantal weken weer thuis, en bezoekt dagelijks het verzorgingshuis. ‘Ik had niet verwacht deze verplichte, maar gemoedelijke en gezellige omstandigheid zo te missen! Erger nog, ik was thuis mijn thuisgevoel kwijt en dat heeft weken geduurd. Moergestel is mijn geboorteplaats, het was extra fijn om daar weer thuis te zijn in de ruimste zin van het woord. Ik heb genoten en met mijn verjaardag een prachtige waardering van het echtpaar gekregen. Als “parel van de menszorg” een getuigschrift dat voor mij meer waarde heeft dan een diploma, want dat heb ik niet.’

“Henny van Herck is geen verzorgende in de gewone zin van het woord. Want ook al zijn haar huishoudelijke vaardigheden en zeker ook haar kookkunst even uitmuntend als haar zelfdiscipline en haar oog voor detail, is haar geëngageerdheid aan de personen voor wie en in de omgeving waarin zij werkt voortreffelijk, haar grootste kwaliteit ligt in haar invoelingsvermogen voor en liefdevolle omgang met de mensen voor wie zij eventueel dag en nacht klaarstaat. En dit laatste betreft in zeer hoge mate ook de demente mens. Zij verstaat onder zorg ook stut en toeverlaat te zijn.” Aldus het woord van waardering.