banner

Oisterwijkse vrijwilligers en mantelzorgers niet altijd beschikbaar


Eén van de consequenties van de bezuinigingen uit het Strijdplan Sociaal Domein van de gemeente Oisterwijk is dat meer inwoners in de toekomst een beroep gaan doen op zorgvoorzieningen uit de sociale basisstructuur. Maar is die basisstructuur in Oisterwijk wel voorbereid op een toestroom van nieuwe klanten?

Door Gerben van den Broek – PIT Onderzoek

De sociale basisstructuur is het geheel van formele én informele organisaties, diensten, voorzieningen, (burger)initiatieven en relaties die er voor zorgen dat mensen in sociale verbanden (buurten, groepen, netwerken, gezinnen) kunnen meedoen in de samenleving. Daarbij gaat het onder meer om vrijwilligerswerk op het gebied van zorg en welzijn, mantelzorg, wijkcentra en sport- en culturele verenigingen. Als de druk op de sociale basisstructuur toeneemt, wordt vaak een groter beroep gedaan op mantelzorgers en vrijwilligers. Hierdoor bestaat de kans dat er teveel wordt gevraagd van deze mensen waardoor zij gaan afhaken.

Maatwerk
De Adviesraad Sociaal Domein geeft onafhankelijk advies aan het College van Burgemeester en Wethouders. Zij spreekt in haar advies over de bezuinigingen in het Strijdplan Sociaal Domein haar zorgen uit dat de hulp aan inwoners, die dit écht nodig hebben, mogelijk in de knel gaat komen. Deze hulp kan niet worden geboden vanuit de sociale basisstructuur. Voor echt kwetsbaren moet individueel maatwerk daarom mogelijk blijven, vindt de Adviesraad. Tevens noemt de Adviesraad het noodzakelijk om na te gaan welke voorzieningen in de basisstructuur de extra zorg aan inwoners moeten gaan opvangen en of deze voorzieningen in staat zijn deze extra zorg te leveren.

Karin en Eric Rentmeester bezorgen tijdens de coronacrisis soep aan ouderen en kwetsbare inwoners (Bron: Sociaal huis Oisterwijk).

Afschuiven
Karin Rentmeester van Mentorhulp Oisterwijk en Eric Rentmeester van stichting Sociaal Huis Oisterwijk zijn als sociaal ondernemers al vele jaren betrokken bij allerlei vrijwilligersinitiatieven en -activiteiten in de gemeenten Oisterwijk en Haaren. Zij geven aan dat Oisterwijk een sterke sociale basisstructuur heeft, maar dat opgelet moet worden dat vrijwilligers en mantelzorgers niet te zwaar belast worden. ‘Veel vrijwilligers en mantelzorgers hebben een baan of andere bezigheden en zijn niet altijd op afroep beschikbaar. Je kunt dus niet zomaar alle werkzaamheden op vrijwilligers en mantelzorgers afschuiven.’

Betaalbaar
Tegelijkertijd vindt Karin het logisch dat op een aantal zaken bezuinigd wordt. ‘De zorgkosten dreigen gigantisch uit de hand te lopen. Het is logisch dat de gemeente met een aantal bezuinigingsmaatregelen komt om de kosten voor WMO en Jeugdzorg terug te dringen. De vorige WMO-regeling, waarbij mensen naar draagkracht moesten betalen voor maatwerkvoorzieningen, werkte naar mijn idee beter dan de huidige regeling met het abonnementstarief. Alleen gezamenlijk kunnen wij de zorg betaalbaar houden.’ De huidige Coronacrisis heeft volgens Eric ook positieve effecten voor de sociale basisstructuur in Oisterwijk. ‘Veel mensen die nu tijdelijk thuis zitten, willen zich inzetten als vrijwilliger of mantelzorger. Dat is een mooie ontwikkeling. Laten we vooral het positieve proberen vast te houden, ook na de Coronacrisis.’

Knellen
Volgens Johan Klunder, teammanager bij welzijnsorganisatie Contour de Twern, wordt de sociale basisstructuur gevormd door de Oisterwijkse samenleving in zijn geheel. ‘Niet alleen professionele organisaties als Contour de Twern en Sociaal Huis Oisterwijk, maar juist ook de wijkcentra, sportclubs, muziek koren, toneelverenigingen, KBO-afdelingen en alle andere clubs in Oisterwijk vormen gezamenlijk de sociale basisstructuur’, aldus Klunder. ‘Via onze buurtgerichte aanpak proberen wij inwoners in contact te brengen met elkaar en met initiatieven uit de basisstructuur of het sociaal team. Het wordt een flinke uitdaging om via de basisstructuur extra mensen op te vangen. Het is moeilijk in te schatten om hoeveel mensen het gaat. Daarom moeten we de grenzen van de inzetbaarheid van mantelzorgers en vrijwilligers goed bewaken en tijdig aangeven waar het gaat knellen.’