banner

Gemeente Oisterwijk gaat meer regie voeren over zorgvragen


De gemeente Oisterwijk krijgt één loket waar inwoners in de toekomst terecht kunnen met al hun hulp- of ondersteuningsvragen op het gebied van zorg. ‘Als gemeente gaan we zelf meer de regie voeren, zodat we mensen die écht zorg nodig hebben sneller kunnen helpen’, zegt wethouder Stefanie Vatta.

Door Gerben van den Broek – PIT Onderzoek

De gemeenteraad van Oisterwijk heeft vorig jaar de kaders opgesteld voor één loket en de gemeente is momenteel bezig met de uitwerking van deze nieuwe werkwijze. Daarin worden ook de aanpassingen uit het strijdplan Sociaal Domein meegenomen. Hierover neemt de gemeenteraad van Oisterwijk op 28 mei een besluit. Alle acties uit dit strijdplan moeten dit jaar nog een besparing opleveren van ruim 1,2 miljoen euro.

Bijgepast
‘In 2015 heeft de landelijke overheid de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de WMO en Jeugdwet bij gemeenten neergelegd’ vertelt Vatta. ‘Sinds die tijd zijn de zorgkosten gestegen, maar is de rijksbijdrage verminderd. In de afgelopen jaren heeft de gemeente deze tekorten bijgepast uit de algemene reserves, maar dat kan natuurlijk niet blijven duren. Bovendien is Oisterwijk een vergrijzende gemeente, waardoor de zorgkosten in de komende jaren vermoedelijk alleen nog maar verder gaan stijgen. Daarom zijn deze bezuinigingen noodzakelijk.’

Afschalen

Wethouder Stefanie Vatta eet mee bij de wijklunch in Wijkcentrum Pannenschuur, een voorbeeld van basisstructuur. (foto is van voor de coronacrisis)

De wethouder zet daarom onder andere in op het afschalen van duurdere maatwerkvoorzieningen in de WMO en Jeugdwet. ‘We blijven hulp en ondersteuning bieden aan mensen die dat nodig hebben. Maar bij lichte hulpvragen gaan we eerder kijken naar wat mensen zelf kunnen, of met hulp van familie en bekenden uit hun omgeving. Ook kijken we naar oplossingen in de basisstructuur. Op dit moment wenden inwoners met een lichte hulpvraag zich te makkelijk tot de gemeente, waarbij ze vaak al een maatoplossing voor ogen hebben. We beschikken in de gemeente Oisterwijk over een rijke basisstructuur, waar mensen met lichte hulpvragen goed terecht kunnen. Daardoor hoeft minder vaak een beroep te worden gedaan op de professionele zorg.’

Basisstructuur
Tot die basisstructuur behoren onder andere de GGD, onderwijsinstellingen, huisartsen, het consultatiebureau, maar ook de zorgverleners, zorgcentra, vrijwilligers, mantelzorgers, sport- en cultuurverenigingen en buurt- en wijkcentra. Vatta: ‘De basisstructuur wordt gevormd door de hele samenleving. Veel verenigingen en instellingen worden gefaciliteerd of ondersteund door de gemeente. Er zit nog veel ruimte in de basisstructuur. Als mensen zich straks bij het loket melden, wordt een inschatting gemaakt van de zorg die zij nodig hebben. Daarbij wordt de vraag gesteld wat zij zelf kunnen, of met steun uit hun eigen netwerk. Vervolgens wordt gekeken welke hulp vanuit de basisstructuur kan worden geboden. De zorgpartners houden een vinger aan de pols, zodat de basisstructuur niet overbelast raakt. Op die manier benutten we de kracht van de samenleving en houden we tegelijkertijd de kwaliteit van onze zorgvoorzieningen op peil tegen lagere kosten.’

‘Voldoende vrijwilligers vinden is ons grootste probleem’

Hoe is het op dit moment gesteld met de toegankelijkheid van de basisstructuur in Oisterwijk? Is het moeilijk om mensen met een hulpvraag naar de juiste instanties door te verwijzen? Enkele vrijwilligers van verenigingen geven hun mening.

Bestuurslid Jan de Kort van Wijkcentrum De Waterhoef geeft aan dat de doorverwijzing bij het wijkcentrum vrij organisch verloopt. ‘Wij hebben een goed contact met de mensen Contour de Twern en het Sociaal Huis. Als we horen dat er wat speelt bij iemand, dan brengen we deze persoon in contact met één van deze partijen. Dat werkt prima. Nu liggen onze activiteiten stil vanwege de Coronacrisis, maar normaal gesproken komen hier wekelijks zo’n 200 tot 300 bezoekers over de vloer. Van de biljartvereniging tot de fotoclub en van de ouderenwerkgroep tot de visclub. Ons grootste probleem is om voldoende vrijwilligers te vinden voor de activiteiten. Vaak willen mensen wel één activiteit mee begeleiden, maar niet alle activiteiten.’

Jan van Spaandonk, bestuurslid bij Rugbyclub Oysters, geeft aan dat de club weinig contact heeft met de gemeente over het doorverwijzen van clubleden met een hulpvraag. ‘We hebben binnen de club een onafhankelijke vertrouwenspersoon. Als er iets speelt kunnen onze leden met deze persoon contact opnemen. Daarnaast vangen we leden met problemen op binnen het eigen sociale netwerk van de club. Dat lukt tot nu toe goed. Maar het is wel prettig dat er een loket komt in de gemeente Oisterwijk, waar verenigingen leden die hulp nodig hebben naar kunnen doorverwijzen. Ik denk dat veel verenigingen daar behoefte aan hebben.’