banner

Groots gildefeest in Moergestel (deel 2)


De Gildefeesten op zondag 17 mei gaan niet door, maar de historie willen we u niet onthouden. In een aantal artikelen zullen we in vogelvlucht dieper ingaan op het gildewezen.

Moergestel in de Middeleeuwen
Eigenlijk is van ons dorp weinig bekend over de tijd van voor 1100 na Chr. Er staat voor zover bekend niets op papier: oude geschriften zijn nooit gevonden. De eerste tekenen van het bestaan van ons dorp dateren van 1147 na Chr. Waarschijnlijk waren er in zo’n klein boerendorpje geen of zeer weinig mensen, die konden lezen of schrijven. De alfabetisering gebeurde in de meeste dorpjes pas voor wanneer er een kerk werd gesticht; de geestelijk leider had immers wel geleerd. We gaan daarom alleen maar kijken naar de natuurlijke omstandigheden, die waarschijnlijk de oorzaak zijn, dat Moergestel drie gilden kent.

Ontstaan
De manier waarop we toch iets te weten zijn gekomen over ons dorp zijn de archeologische vondsten. Al eeuwenlang stroomt door ons dorp de rivier De Reusel. Uit een document van St. Willibrordus uit het jaar 726 weten we dat door ons dorp de rivier Digena stroomde: de Latijnse naam voor Dieze en dat is een oude naam voor Reusel. De Reusel, wrong zich vroeger in allerlei bochten om en door het dorp heen. Na de 1ste Wereldoorlog heeft men met de schop en de kruiwagen de onvruchtbare, natte gronden langs de Reusel omgetoverd in matig vruchtbare weilanden. Na de 2de Wereldoorlog werd de Reusel grotendeels gekanaliseerd. In 2012 is het project, waardoor De Reusel buiten de bebouwde kom weer slingert (meandert) door ons landschap, grotendeels voltooid. De oude Reusel zocht vroeger net als alle rivieren en beken de laagste weg; liep eigenlijk van de ene ondiepte naar de andere. De rivier zat vol bochten, die ‘wielen’ werden genoemd. Al die wielen hadden een naam, die in een gedicht van de kastelein/dichter Harrie van Haaren uitvoerig zijn bezongen.

Gilde rond 1950?

Droge streken lagen er ten zuiden van Moergestel; het gebied, dat ligt bij de Molenakker (Heuvelstraat) en loopt tot iets voorbij het huidige Wilhelminakanaal (De Westrik). Het gebied tussen deze rug en de Broekzijde (De Heize) was geschikt om te wonen. Men heeft als bewijs hiervan resten gevonden van een Saksisch stam in de buurt van De Zelt (De Vrij Hoef). Het werd de basis voor gilde ‘St. Catharina’.

De tweede rug lag iets noordelijker tussen de Reusel en de Rootvense loop. We spreken dan over de huidige dorpskern met uitlopers naar het Rootven en de Vinkenberg toe. De basis voor gilde ‘St. Sebastiaan en Barbara’.

De derde rug lag aan de oostkant van de Reusel. Tussen de Reusel en het stroompje De Rosep lag een smalle, droge bewoonbare strook, die begon bij het Hildsven en stopte bij het Stokske. We hebben het over de huidige wegen De Hild, De Heiligenboom, ’t Stokske en de Zandstraat. Omdat men elkaar alleen over de Reusel kon bereiken was er weinig contact met bewoners van “het dorp”. Het was de basis voor gilde ‘St. Joris’.

Plattegrond Moergestel rond 1700

De nederzettingen
Er waren drie hoger gelegen gebieden met nauwelijks onderlinge verbindingen. Deze drie stukken werden bewoond en in de loop der tijd is daaruit Moergestel ontstaan. Voordat het dorp een eenheid vormde, moesten er wegen worden aangelegd en met behulp van gegraven sloten moest het water zo worden geleid, dat er begaanbare paden kwamen. Moergestel was eigenlijk een soort Peel, wel stukken kleiner, maar bijna net zo nat en drassig. Er zijn mensen, die beweren dat de naam Moergestel, of wel Ghesele afstamt van de woorden Geest en Loo. “Geest” zou dan moeten staan voor “hoge zandgrond” en “loo” voor “bos”. Meer geloof wordt gehecht aan de theorie, die verwijst naar de grondsoorten: moergronden en geestgronden (soort veenachtige grond).

De gilden
Moergestel kende dus drie nederzettingen en daardoor kwamen er drie gilden: St. Sebastiaan (en St. Barbara) in 1433, St. Catharina in 1477 en St. Joris in 1545. De drie gilden hebben tegenwoordig gildebroeders, die uit andere hoeken van het dorp komen. Logisch, want de bevolking van de drie kernen heeft zich over het hele dorp vermengd door huwelijk, werk en omschakeling van beroep (niet iedere boerenzoon kon boer worden en verhuisde dan maar naar het dorp om daar werk te zoeken in met name de schoenindustrie). Oudere gildemannen, die van vader op zoon bij het gilde zijn gekomen, hechten sterk aan de oprichtingskern van hun gilde. Iemand van de Hild hoort thuis bij St. Joris, die van de Broekzijde, Molenakker, Heuvelstraat horen bij St. Catharine, terwijl die van het dorp bij St. Sebastiaan en Barbara horen.

Sinds de gemeente Moergestel is opgegaan in de gemeente Oisterwijk is er sprake van vijf gilden; drie uit Moergestel, een uit Heukelom en een uit Oisterwijk. Daar komen eind van dit jaar misschien wel drie Haarense gilden bij, dat aantal is afhankelijk in welke plaats ze hun gildehuis gaan situeren.
(wordt vervolgd)