banner

Eenzaamheid


Jo Snoeren heeft een verhaal geschreven over eenzaamheid.

Eenzaamheid in de donkere dagen

De straat ligt er weer verlaten bij. Hij woont driehoog bij een kruispunt ergens in de oude binnenstad. Dagelijks zit hij vele uren in een oude versleten leunstoel voor het raam. Van daaruit kan hij twee winkelstraten grotendeels overzien. Dat geeft hem enige afleiding en helpt hem de lange dagen door te komen. Zijn zoon, met vrouw en twee kinderen, woont ruim tweehonderd kilometer van hem vandaan. Door zijn drukke baan, met veel vliegreizen naar bestemmingen in alle werelddelen, blijft er niet veel tijd over voor een bezoek aan zijn vader. Ook dit jaar tussen Kerst en Nieuwjaar geen bezoek omdat hij met zijn gezin twee weken op vakantie is in een warm land. Om, zoals hij aangaf, bij te komen van zijn drukke werkzaamheden en om eens een keertje wat langer bij zijn gezin te kunnen zijn. Oudejaarsavond, weer zittend in zijn leunstoel neemt hij een slok koffie. Trekt een vies gezicht. De koffie is koud en hij giet die meteen in de plantenbak.

Ergens in de stad slaat een torenklok vijf uur. Nog enkele uren en dan zal de lucht weer verlicht worden door honderden gekleurde vuurpijlen. Het is al weer twee jaar geleden dat hij zelf vuurpijlen heeft gekocht. Toen vierde hij bij zijn zoon de laatste avond van het jaar. Twaalf uur is nog ver weg. Hij kijkt twijfelend naar buiten. Hoewel het licht regent besluit hij toch om de stad in te gaan. Even later, gehuld in een dikke jas en een warme pet op, schuifelt hij langs de overdadig verlichte etalages. Overal om hem heen heerst er vrolijkheid. En heel even vergeet hij zijn eenzaamheid. Dan slaat hij een hoek om en komt onverwacht in een donkere straat. Slechts hier en daar verspreidt een antieke lantaarn een zwak licht. Links is een smalle gracht en rechts een rij vooroorlogse huisjes. Vanwege het onaangenaam kille weer zijn de meeste gordijnen gesloten. Waar dat niet het geval is ziet hij vrolijk drinkende en etende families.

Met de handen diep in zijn jaszak loopt hij door de donkere straat. Hij steekt de straat over en belandt bij de donkere koud en kil uitziende gracht. Hij kijkt om zich heen. De straat ligt er verlaten bij. Juist als hij terug wil lopen ziet hij een donkere figuur gevaarlijk dicht bij de waterkant staan. Hij loopt ernaar toe en herkent dan de vrouw. Ze woont een paar deuren van hem vandaan. Haar man is een jaar geleden overleden. Ze schrikt even als hij onverwacht naast haar komt en ze kijkt hem aan. Ze knikt als blijk van herkenning. Als hij de eenzaamheid en wanhoop in haar betraande ogen ziet breekt hij en dikke tranen rollen over zijn ongeschoren wangen. Hij pakt haar bij de hand en kijkt haar aan. Zacht zegt hij: “Zullen we samen naar een betere wereld gaan?” Ze knikt en even verschijnt er een soort van bevrijdende glimlach op haar gelaat. Dan grijpt ze zijn hand heel stevig vast. Even later ligt de straat er weer verlaten bij.

Jo Snoeren