banner

Wat bezielt vandalen in Oisterwijk?


Op woensdag 20 november klaagde de secretaris van Duurzaamheidsvallei in weekblad De Nieuwsklok over een onherstelbaar vernielde jonge boom. Hij vroeg zich af wat deze vandalen bezielt. Hierop heeft Hans Pijnaker een ingezonden brief geschreven:

Wat bezielt vandalen?
De secretaris van Duurzaamheidsvallei klaagde over een onherstelbaar vernielde jonge boom. Hij vroeg zich af wat deze vandalen bezielt. Daar is al veel over geschreven.

Vernielingen komen vaker voor, er is al veel over geschreven (Foto: Toby de Kort).

In mijn voormalige forensische therapiepraktijk in Rotterdam bleken steeds meer jonge mannen onder druk te staan in onze harde maatschappij. Veelal afkomstig uit een problematisch gezin hebben ze daardoor vaak emotionele en daaruit volgende scholingsachterstanden, waardoor minder tot weinig toekomstperspectief, minder te besteden geld en zijn ze daardoor ook nog eens minder aantrekkelijk voor serieuze meisjes. Mannen leven in onze hoge-eisen-maatschappij met zijn tijdelijke contractbanen waardoor je niet weet hoe je een pensioen moet opbouwen en waar steeds meer vrouwen het beter doen, in een tegenstrijdige situatie: om een man te zijn heb je vrouwen nodig die je het gevoel geven een man te zijn, maar mannelijkheid betekent tegelijkertijd dat je niet afhankelijk bent van een vrouw.

Dat sommige groepen jonge mannen een gevaar worden voor de samenleving hangt samen met een gebrek aan voor hun capaciteiten haalbare kansen en toekomstperspectief, maar ook met een opgeblazen mannelijkheidsideaal dat in deze maatschappij bestaat, namelijk dat van de succesvolle intelligente krachtige onafhankelijke man, die zichzelf ziet als een manager, die zijn leven ziet als een onderneming, die zelf zijn toekomstkeuzes weet te maken, zijn plek weet te vinden, risico’s aankan en die daarin niet gefrustreerd wordt door tegenzittende omstandigheden binnenin hemzelf en buiten hemzelf.

En dus rest voor een deel van hen slechts een eenzaam en mislukt toekomstig leven, een ‘loosersleven’. Dat tezamen maakt hen somber en bozig gestemd, wat naast verveling gemakkelijk leidt tot vervreemding van en boosheid op de maatschappij, “die hen dit allemaal aandoet”, zoals hun interpretatie van hun werkelijkheid gaat luiden.

Wat zou helpen is, zoals nu in Amsterdam gebeurt, een top-600-project bestaande uit een vriendelijke maar strakke begeleiding vanuit zowel politie als vanuit een Preventief Interventie Team van de Jeugdhulp. Dit project blijkt effectief. Een dergelijk project in onze regio vereist zeker naast inschakeling van vrijwilligers uit de sport- en jeugdorganisaties toch ook bemoeienis van deskundige jeugdhulp, een en ander vanwege de vaak complexe achtergrondproblematiek. Voor het traceren van deze jongeren heeft onze lokale politie hoogstwaarschijnlijk onvoldoende mankracht en de gemeente, vrees ik, geen geld.

Wellicht dat onze gemeenteraadsleden zich eens over dit probleem kunnen buigen.

Hans Pijnaker

Delen: