Bergmans, John

Tuinarchitect betrokken bij Natuurtheater

Geboren op 6 juni 1892 te Antwerpen. Zijn vader was hoofdtuinier en rentmeester van grote zogenaamde buitenplaatsen. Bergmans huwde op 19 juli 1928 met Jacoba (Coby) Visser (Amsterdam 5 april 1900), oudste dochter van architect Jan Visser. John Bergmans groeide door het werk van zijn vader op temidden van een zeer rijke flora. Na zijn middelbare school werd hij opgeleid door de toenmaals wereldberoemde professor Henri van Heurck (18380-1909), botanicus en microcopist, die Europa’s grootste herbarium bezat en directeur was van de plantentuin in Antwerpen. Op 18-jarige leeftijd ging Bergmans zich bekwamen in de grote Franse boomkwekerijen in Orleans en begon een autodidactische periode. Hij studeerde in Gent plantenkunde. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was hij in dienst van het Belgische leger, maar vertrok naar het neutrale Nederland. Hij deed allereerst praktijkervaring op bij kwekerijen in de omgeving van Haarlem. Vervolgens had hij een dienstverband bij Royal Tottenham Nurseries te Dedemsvaart, Turkenburg te Bodegraven en J.H. Faassen-Hekkens te Tegelen. Ook werkte hij in Driebergen en vestigde zich als tuinarchitect. Hij was vanaf 1927 lid van de Nederlandse Dendrologische vereniging (NDV) en van de Bond van Nederlandse Tuinarchitecten. In Nederland is hij vooral bekend geworden door zijn boek Vaste planten en rotsheesters (1924), waarvan een tweede druk verscheen in 1933 en een derde in 1939. Daarnaast publiceerde hij nog negen andere boeken over planten en tuinen en schreef vele artikelen in verschillende tijdschriften. Hij bezat in Oisterwijk een eigen kwekerij voor rotsplanten (1931). In 1927 stond hij als secretaris aan de wieg van de Tilburgse afdeling van de Natuur Historische Vereeniging. John Bergmans had vele internationale contacten en ontving in 1973 The Veith Memorial Medal van de Royal Horticultural Society. Bergmans ontwierp ruim drieduizend tuinen, parken en recreatie-parken, voornamelijk in Nederland, maar ook in België, Luxemburg, Frankrijk en Duitsland. Bekende ontwerpen zijn de Botanische Tuin in Terwinselen, de Arboreta in Kalmthout en Essen en het Dierenpark in Tilburg en in Zuid-Limburg de Botanische Tuin in Kerkrade (in opdracht van Staatsmijnen, 1939), het Schutterspark, het Openluchttheater in Brunssum en het Steinerbos in Stein. De tuinen van Bergmans laten zich typeren door het gebruik van een uitgebreid sortiment aan vaste planten, rotsplanten en heesters, waarvoor hij gedetailleerd uitgewerkte beplantingsplannen opstelde. In zijn ontwerpen hield hij rekening met reeds aanwezige bomen en veelvuldig paste hij hoogteverschillen toe. Het padenverloop in kleinere tuinen was doelgericht en rechtlijnig; in grote tuinen en parken maakte hij echter gebruik van slingerende paden, met een verharding van natuurlijke materialen. Met name in rotstuingedeelten maakte hij gebruik van flagstones, tegen elkaar aanliggend en met een rechtlijnige begrenzing. Een van Bergmans’ grootste gaven was het creëren van “doorkijkjes”, waardoor men het gevoel krijgt dat de tuin veel groter lijkt, dan deze in werkelijkheid is. Jarenlang was hij bestuurslid van de Nederlandse Bond van Tuinarchitecten en president van de gelijksoortige Belgische bond. In Oisterwijk was hij ontwerper van het Klompven, het Natuurtheater, van de aanplant voor de Volkshogeschool en van vele tuinen in de villawijken van Oisterwijk. In 1926 publiceerde hij het boek Mooi Oisterwijk. Met zijn schoonvader de architect Visser kocht hij via George Perk een moerassig gebied van 13 ha. Het werd in de jaren dertig ontwikkeld tot villapark en een aanwezige zomp werd uitgegraven tot het Klompven. Bergmans had goede relaties met de cultureel onderlegde kapelaan Rovers. Hij wist de kapelaan af te brengen een natuurtheater te bouwen aan de Scheibaan; Bergmans ontdekte een beter plekje tussen Boschven en Kruisven met voor- en achteruitgang voor een natuurtheater aan de Gemullehoekenweg. Bergmans koos voor brede wandelgangen en een groen klankbord van niet ritselende bomen. Bij de bevrijding van Oisterwijk was hij voorzitter van de buurtvereniging Nicolaas van Eschstraat. Bergmans en zijn vrouw waren tot 1956-1957 lid van de plaatselijke PvdA, maar bedankten toen omdat ze vonden dat de PvdA een steviger pacifistisch geluid zou moeten laten horen. Op het einde van zijn leven woonde hij aan de Tilburgseweg in het laatste huis richting Heukelom aan de noordzijde. Hij overleed op 24 september 1980 te Oisterwijk.

Literatuur: ‘Zoeklicht op een Oisterwijker. Tuinarchitect John Bergmans’, Kerkklokje, 25 februari 1977.

Auteur: Ad van den Oord www.advandenoord.nl