De politieke partij PGB heeft vandaag aan het college (burgemeester en wethouders) vragen gesteld over een schenking van € 375.000,- aan de gemeente, afkomstig van een bedrijf. De partij vraagt zich af of het aannemen van dergelijke bedragen wel kan, en zo ja onder welke voorwaarden. De partij kan zich niet voorstellen dat een bedrijf dit geld zomaar aan de gemeente geeft en er geen tegenprestatie tegenover staat. In bepaalde omstandigheden zou bij dergelijke gelden sprake kunnen zijn van smeergeld.

Geacht college,

Naar aanleiding van de Raadsinformatiebrief d.d. 24 oktober 201, met betrekking tot de raadsvoorstellen inzake de locatie voor huisvesting van de scouting Oisterwijk en het burgerinitiatief Achterste Stroom, vraagt PGB uw aandacht voor het volgende.

In de brief wordt aandacht geschonken aan de zgn. Bosrandgelden (ter grootte van € 375.000). Gemeld wordt dat in een overeenkomst is vastgelegd, hoe en waar die gelden moeten worden ingezet. En ook dat bij afwijking daarvan, de projectontwikkelaar de totale overeenkomst ter discussie zou kunnen stellen.

Verder wordt in het Brabants Dagblad van 2 november 2011, ruim aandacht besteed aan “Giften die bedrijven doen, zonder dat daar concreet iets tegenover staat”. Dergelijke giften zijn volgens het artikel schering en inslag en worden daarin getypeerd als “compensatie”, “maatschappelijke bijdrage”, “goodwillpremie” of als “smeergeld”. Verder wordt gesteld “Dat iedereen begrijpt dat bedrijven niet zomaar geld weggeven”.

Onze gemeente heeft integriteit terecht hoog in het vaandel staan. In dat kader gaat PGB er dan ook vanuit, dat het college er alles aan doet om zelfs maar de schijn van bevoordeling en/of belangenverstrengeling te voorkomen.

Vanuit die opvatting wil Partij Gemeente Belangen graag antwoord op de volgende vragen:

1. Waarom is de betreffende projectontwikkelaar bereid geweest het betreffende bedrag van € 375.000 ter beschikking te stellen?

2. Zijn of worden er voor de “Bosrandgelden” door de ontwikkelaar, in het kader van het project Bosrand, “tegenprestaties en/of bevoordelingen” verwacht en/of geclaimd?

3. Zijn er gedurende de laatste jaren, in min of meer vergelijkbare situaties, van derden meer bedragen c.q. “giften” of zaken in natura ontvangen?

4. Heeft het college normen, dan wel een bestaande integriteitscode, waaraan dergelijke “giften” worden getoetst?

5. Deelt het college de mening van PGB dat het van belang is, dat de gemeente over een dergelijke integriteitscode beschikt?

PGB ziet uw antwoorden met belangstelling tegemoet.

Met vriendelijke groeten,

Kees van Elderen,

Fractievoorzitter Partij Gemeente Belangen