Sara Kroos gaat een vol seizoen tegemoet. Haar boek “Doorkijk” komt uit, ze werkt voor radio en televisie en gaat op tournee met haar nieuwe programma “Voor de Leeuwen.” Zelf gaat ze ook voor de leeuwen zegt ze: ze heeft veel meer zelfspot en is er minder vastgelegd.

“ We zijn tot elkaar en onszelf veroordeeld, laten we daar vooral om lachen ”

In 2000 won Kroos de publieksprijs van het Leids Cabaret Festival. “Ik had voor ik meedeed met het Leids nog maar twee keer op een podium gestaan. Dat festival is heel belangrijk voor me geweest. Ik wist toen: dit is wat ik echt wil. In de loop der jaren heb ik m’n eigen stijl ontwikkeld, die was in het begin ruwer dan nu. Ik benoem menselijke ongemakken graag, ben direct, wel minder grof dan eerst overigens, maar durfde mezelf toen al behoorlijk te laten zien en nu nog steeds. Ik ben nu 30 en dus voor een groot deel opgegroeid voor het publiek. Ik heb het ambacht van cabaret maken in de praktijk geleerd. Veel vallen en opstaan; timing bijvoorbeeld is iets dat je nooit van papier kunt leren. Een zaal is ook steeds anders, dat is juist het leuke.”

Sara maakte verschillende voorstellingen en heeft als dertigjarige een indrukwekkende staat van dienst. De ene keer met een vierkoppige band en de andere keer zonder muzikanten. Wie haar loopbaan bekijkt ziet direct dat Kroos zichzelf graag opnieuw uitvindt. Dit maal begon ze haar try-outs op basis van improvisaties en treedt ze op in huiskamers van mensen.

Maak je het jezelf graag moeilijk?

“Na Boheems, mijn vorige programma met een band, wilde ik weer terug naar mezelf. Een programma maken dat ook zoals ik nu met jou praat, aan de keukentafel, ook zou werken. Geen opsmuk, meer grappen, luchtiger, een meer directe vorm dus. Dit keer wilde ik meer dan ooit de humor erin, ook over de moeilijke onderwerpen. Zo heb ik een stuk over hoe onhandig ik word op begrafenissen en neem ik m’n angsten voor het noodlot op de hak. Dat zijn serieuze onderwerpen die ik graag luchtig maak. In “Voor de leeuwen” zitten meer grappen en minder liedjes dan in m’n vorige voorstellingen. Ik ben echt op zoek gegaan naar waar de grap zit bij mezelf, dat betekent ook dat ik m’n stomste onhandigheden en angsten bespot. Als een zaal dan heel erg moet lachen, weten we allemaal: we zijn dus niet alleen in onze stommiteiten. Dat is erg leuk. Ik zing ook een paar ingetogen liedjes, dat is een andere kant van me, naast de grappenbakker.  Die combinatie heb ik altijd het mooiste gevonden. Als mensen lachen zijn ze ook ontvankelijker voor ontroering. Het ligt dicht bij elkaar natuurlijk: als ik soms mensen aan het huilen maak van het lachen en daarna zijn ze ontroerd door een lied, dan gebeurt er zo veel in een zaal.”

Voor de leeuwen geldt dus ook voor jou?

“Ik wilde mezelf voor dit programma in het diepe gooien, de titel “Voor de leeuwen” zegt het inderdaad al. Dan moet ik er zelf ook aan geloven natuurlijk. In huiskamers staan en improviseren is net zo eng als dat het leuk is: heel erg. Door de improvisaties heeft deze voorstelling een veel lossere sfeer gekregen dan mijn eerdere shows. Ik zal nooit iemand in het publiek voor schut zetten, daar ben ik niet van, ik zet mezelf liever voor schut. Ik wil cabaret maken waar mensen vooral erg om moeten lachen, maar waar ze ook door geraakt worden of iets meepikken.”

Je bent dertig jaar, staat twaalf jaar op de planken, heb je inmiddels een vast publiek opgebouwd?

“Het allerleukste van mijn publiek vind ik dat het zeer divers is. Als ik na afloop in de foyer rondkijk zie ik mensen van 17 tot en met 70 met allemaal andere achtergronden. Ze zijn wel erg blank met z’n allen, ik zou wel wat meer kleur in m’n zaal willen. Sowieso is theater veel toegankelijker dan veel mensen denken, het is in ieder geval leuker dan de bioscoop want ik praat terug en ik ben in 3D zonder dat je zo’n bril op hoeft te zetten.”

Je neemt twee muzikanten mee, staat door het hele land, wat voor avond krijgt het publiek dat naar “Voor de leeuwen” gaat?

“Ik ben met deze voorstelling vooral terug bij de grap. Geen opsmuk en geen grote woorden. Ik zing minder liedjes en vertel meer. Meer zoals ik ook buiten het podium zou vertellen; iedere avond komt er wel een grap bij of improviseer ik iets op de plaats waar ik sta. Mijn muzikanten brengen de poëzie en theatraliteit. We maken geen kleinkunstliedjes, het is meer filmische muziek. De muziek heb ik merendeel zelf geschreven, samen met mijn toetsenist Martijn Breebaart. Arthur Japin heeft ook een prachtig lied voor deze voorstelling geschreven trouwens. Ik hou van het royale in het theater, geen karig gedoe het is een avond uit. Ik wil zo veel mogelijk grappen maken en zo veel mogelijk moois brengen in het theater: die mensen die komen moeten voldaan naar huis zoals je dat gaat na het eten in een goed restaurant. Dat ze hebben gelachen, misschien ontroerd zijn geraakt, maar vooral blij en enthousiast zijn als ze hun jas weer aantrekken. Een royale avond, dat wil ik brengen.”

Wie Kroos op het podium heeft gezien weet dat ze zich als een vis in het water voelt op het toneel. Voor het eerst in haar carrière gaat ze met “Voor de leeuwen” ook veel meer de maatschappelijke kant op. Het strooien met grappen en observaties ziet er zo gemakkelijk uit, maar wat gaat daar aan vooraf?

“Ik heb ruim een jaar aan deze voorstelling gewerkt om vooral meer mezelf te durven zijn. In deze voorstelling kies ik een veel lossere speelstijl maar daar gaat een lange tijd van schrijven en schrappen aan vooraf. Ik ben niet meer zo stellig, ik durf veel meer te twijfelen.

Het gaat inderdaad ook veel minder over mezelf. Voor de leeuwen zegt het al: het gaat er over dat we als mensen nu eenmaal tot elkaar en onszelf veroordeeld zijn en wat daarin vaak mis gaat, laten we daar vooral om lachen. Groepen tegen andere groepen, wat we elkaar aandoen. Ik zeg in de voorstelling: samenleving is een streven, geen uitgangspunt. In groepen wordt het zo vaak gedoe: groepsvakantie vind ik een contradictio in terminis. Net als familiefeest. En maaltijdsalade.  

Ik neem mijzelf ook vooral op de hak; ik vind het niet altijd makkelijk dat we als mensen met z’n allen zijn en dat ik met mezelf moet zijn ook niet, haha. Al m’n onhandigheden laat ik zien: een stapje terug nemen en mezelf zien voor de kluns die ik bent werkt bevrijdend en vooral erg komisch.”

Sara Kroos, 6 Oktober in Tiliander Oisterwijk